DE VADER SPREEKT TOT ZIJN KINDEREN

 

Associazione "Dio è Padre - Casa Pater" C.P. 135 - 67100 L'Aquila - Italië

Imprimatur: + Petrus Canisius van Lierde Vic. Generalis e Vic. Civit. Vaticanae Roma, die 13 Martii 1989

 

Presentatie

"GOD IS MIJN VADER": deze roep. is steeds vaker te horen in de wereld van vandaag : de mensen herkennen God als Vader.

Daarom voelen we ons verplicht, een door de Kerk als gel­dig erkende Boodschap te publiceren, een Boodschap die God de Vader aan de wereld heeft geschonken, door middel van een schepsel dat Hem zozeer heeft liefgehad, Zuster Eugenia Elisabetta Ravasio.

Wij vinden het passend ook het getuigenis te publiceren dat Z.H.E. Mgr. Alexander Caillot, Bisschop van Grenoble, heeft gegeven bij de sluiting van het werk van de commissie van experts, door hemzelf bijeengeroepen in 1933 uit ver­schillende delen van M-ankrijk, om een diocesaan onderzoek in te leiden dat 10 jaren zou duren.

Leden van de commissie waren o.a. de vicaris van de Bis­schop van Grenoble, de theoloog Mgr. Guerry; de gebroeders Albert en August Valencin, Jezuieten, die tot de hoogste filo­sofische en theologische authoriteiten en experten op het gebied van de beoordeling van zulke gevallen behoorden, en twee medische doctoren, waarvan er één psychiater was.

Wij vertrouwen aan de Maagd Maria de verbreiding van deze Boodschap toe en mét Haar roepen wij de Heilige Geest aan om hulp, opdat de mensen de diepe tederheid kennen en begrijpen die de Vader koestert voor elke mens.

                                                          Pater Andrea D'Ascanio O.F.M. Capp.

 

Beknopte uiteenzetting over het leven van Moeder Eugenia Elisabetta Ravasio

Wie was Moeder Eugenia? Wie was dit schepsel, dat de Vader "de geliefde dochter... Mijn plan je" noemde?

Wij denken dat Moeder Eugenia één van de grote lichten van deze tijd is geweest: de kleine profeet van een nieuwe Kerk, waarin de Vader in het middelpunt en op het hoogtepunt staat van elk geloof en waarin de eenheid het grootste ideaal is van elke spiritualiteit. Zij is het licht dat de Vader aan de wereld geschonken heeft, opdat men in deze chaotische en duistere tijd de juiste weg kan kennen.

Zij werd geboren in San Gervasio d'Adda (nu Capríate San Gervasio), een dorpje in de provincie Bergamo op 4 September 1907. Haarfamilie was van boerenafkomst..

Zij bezocht slechts de basisschool en werkte daarna enkele jaren in een fabriek. Op twintigjarige leeftod deed zij haar intre­de in de Congregatie van O.L.Vrouw van de Apostelen. Daar ontwikkelde zij haar grote charismatische persoonlijkheid. Zij was pas 28 jaar, toen z j gekozen werd, om Generale Overste van deze Congregatie te worden. Maar nog afgezien van haar geestelijke kwaliteiten, zouden reeds haar activiteiten op sociaal gebied voldoende zijn, om haar van een plaats in de geschiede­nis te verzekeren. In twaalf jaren van missionaire activiteit opende z j zeventig centra - met ziekenboeg, school en kerk - in de meest verlaten gebieden van Afrika, Azië en Europa. Zij ontdekte de eerste medicijn tegen melaatsheid die zij perste uit het zaad van een tropische plant, een middel dat later door het Pasteur-Instituut in Parijs werd bestudeerd en bewerkt.

Ze moedigde het apostolaat van Raoul Follerau aan, die - haar voetspoor volgend - geldt als de apostel van de melaatsen. In de jaren 1939-41 maakte ze plannen, om een "Stad van de melaatsen" op te richten in Azoptè (Ivoorkust) en verwerkelijkte dit project. Het werd een onmetelijk centrum van samenkomst voor deze zieken met een oppervlakte van 200.000 vierkante meter dat ook heden ten dage nog als een van de modernste in Afrika en in de wereld geldt.

Voor de verwezenlijking hiervan ontving de "Congregatie van de Missiezusters van O.L. Vrouw van de Apostelen" waarvan Moeder Eugenia Generale Overste was van 1935-1947, van de Franse Regering de hoogste nationale eer voor de verwerke­lijking van projecten met een sociaal karakter.

Moeder Eugenia is teruggekeerd tot de Vader op 10 Augustus 1990.

Het belangrijkste wat Moeder Eugenia ons nagelaten heeft is de Boodschap van de Vader die wij hier aanbieden ("De Vader spreekt tot Zin kinderen"), de unieke openbaring, persoonlijk door de Vader gegeven en door de Kerk als authentiek erkend na 10 jaren van strenge onderzoeken.

Het is waard op te merken, dat de Vader - in 1932 - de Boodschap aan Moeder Eugenia gedicteerd heeft in het Latijn, een taal, die haar volledig onbekend was. In 1981 zin wij in staat geweest - op wonderbaarlijke wijze - deze Boodschap in bezit te kragen en in 1982, op de vuigste verjaardag, hebben wij haar gepubliceerd in het Italiaans.

De vele wonderen van genade die hieruit zin voortgekomen, hebben ons ertoe bewogen deze Boodschap gratis te versprei­den, vooral in gevangenissen, kazernes en ziekenhuizen.

Dankza de medewerkers die de Heer ons heeft gegeven, konden wij de Franse, Engelse, Duitse, Spaanse, Albanese, Koreaanse, Russische, Oekraïnse, Poolse, Hongaarse en Nederlandse druk verzorgen. Er wordt gewerkt aan uitgaven in het Chinees, Japans, Arabisch en andere talen.

Hier is eerst, vóór de Boodschap, het Getuigenis van Z.H.E. Mgr. Alexander Caillot, Bisschop van Grenoble.

Vrede en alle goeds aan U allen!

 

Getuigenis van de Bisschop van Grenoble, Z.H.E. Mgr. Caillot, aan het slot van het kerkrechtelijk onderzoek dat gedaan werd met betrekking tot Moeder Eugenia

Er zijn tien jaren voorbijgegaan sinds ik, als Bisschop van Grenoble besloten heb, het onderzoek over de zaak van Moeder Eugenia te openen. Ik ben nu in het bezit van voldoende mate­riaal om mijn getuigenis als Bisschop voor te kunnen leggen aan de Kerk.

1) De eerste zekerheid die vanuit het onderzoek in het volle licht staat, is de zekerheid over de solide deugden van Moeder Eugenia.

Vanaf het begin van haar religieuze leven had de Zuster de aandacht van haar Oversten getrokken door haar vroomheid, haar gehoorzaamheid en haar nederigheid. De Oversten, verward door het buitengewone karakter van de gebeurtenis­sen die zich tijdens het noviciaat van de Zuster voordeden, hadden besloten haar niet in het klooster te behouden. Ze aarzelden en moesten terwille van het voorbeeldige leven van de Zuster van hun voornemen afzien.

Gedurende het onderzoek bewees Zuster Eugenia haar grote geduld en volmaakte volgzaamheid, want zij onderwierp zich zonder klagen aan alle medische onderzoeken en beantwoord­de de dikwijls lange en pijnlijke ondervragingen van de theolo­gische en medische commissies, waarbij zij alle tegenspraak en beproevingen aanvaardde. Alle onderzoekers prezen vooral haar eenvoud.

Verschillende omstandigheden gaven ons aanleiding te ontdekken dat de Zuster in staat was, de deugden op heldhaf­tige wijze te beoefenen. Dit kwam vooral naar voren, zoals de theologen getuigen, in Juni 1934 in het verloop van het verhoor door Pater August Valencin, waarbij vooral haar gehoorzaamheid opviel, en door wat op die smartelijke dag, 20 December 1934, door haar nederige houding tot uitdrukking kwam.

Wat haar functie als Generale Overste betreft, kan ik getui­gen dat ik haar zeer toegewijd heb gevonden aan haar plicht en dat zij zich met grote overgave aan haar taak wijdde, een taak die haar wel zeer, zéér zwaar gevallen moet zijn, omdat zij er niet op voorbereid was. Zij was vol grote liefde voor de zielen, voor haar Congregatie en voor de Kerk. Degenen die in haar nabijheid leefden, waren evenals ikzelf, getroffen door haar zielekracht in moeilijke omstandigheden.

Het waren niet alleen haar deugden die indruk op mij maakten, het waren de kwaliteiten die de Moeder openbaarde in de uitoefening van haar gezag, evenals het feit dat een Zuster met weinig vorming in staat was voorgedragen te worden voor het hoogste ambt in haar Congregatie. Daarin ligt al iets buitengewoons en onder dit gezichtspunt is het onder­zoek, gedaan door mijn Vicaris Generaal, Mgr. Guerry, op de dag van haar keuze heel suggestief. De antwoorden van de deelneemsters aan het Kapitttel, en wel van allemaal, van de Oversten en van de afgevaardigden van de verschillende mis­sies, hebben aangetoond dat ondanks de jeugdige leeftijd van de kandidate en de kerkrechtelijke hindernissen die gewoonlijk tot afwijzing van haar benoeming geleid zouden hebben, zij toch Zuster Eugenia tot Generale Overste gekozen hadden wegens haar gevoel voor rechtvaardigheid, haar evenwichtig­heid, haar energie en haar vastberadenheid. De werkelijkheid schijnt alle verwachtingen van degenen die haar gekozen had­den, verre te hebben overtroffen.

Wat ik het meeste in haar heb opgemerkt is vóór alles haar heldere, levendige en scherpzinnige intelligentie. Ik heb al gezegd dat zij weinig vorming genoten heeft, maar dit werd veroorzaakt door omstandigheden waarop zij geen invloed had. De lange ziekte van haar Moeder had haar reeds als zeer jong meisje gedwongen zich om het huishouden te bekommeren en dat leidde tot veel schoolverzuim. Daarna kwamen zware jaren voor haar, waarin ze als weefster in een fabriek werkte, totdat ze in het klooster trad. Ondanks dit gebrek aan vorming dat duidelijk aan het licht trad in haar stijl van schrijven en in haar spelling, hield Moeder Eugenia talrijke conferenties voor haar gemeenschap. Opmerkelijk is ook dat ze zelf de rondbrie­ven voor haar Congregatie samenstelde, evenals verdragen, die met gemeenten of overheidsorganen afgesloten werden over

verpleegkundige inrichtingen van de Zusters van O.L. Vrouw van de Apostelen. Zij heeft een lang directorium samengesteld. Zij ziet helder en juist ook in gewetenszaken. Haar richtlij­nen zijn duidelijk, nauwkeurig en bijzonder praktisch. Zij kent elk van haar 1400 dochters afzonderlijk, hun aanleg en hun deugden en zo slaagt zij erin bij het toekennen van de verschil­lende taken diegenen te kiezen die er het beste geschikt voor zijn. Zij heeft ook een nauwkeurige en persoonlijke kennis van de behoeften en de hulpbronnen van haar Congregatie en van de situatie van elk huis. Zij heeft al haar missiegebieden be­zocht.

Wij willen ook de nadruk leggen op haar vooruitziende blik. Zij heeft alle noodzakelijke beschikkingen getroffen, opdat in de toekomst elke verpleegkundige inrichting of school gediplo­meerde Zusters zou hebben en alles wat nodig is om te leven en zich te kunnen ontwikkelen. Tenslotte vind ik het bijzonder interessant om op te merken dat Moeder Eugenia begaafd scheen te zijn met een geest van besluitvaardigheid, realisme en de wil om haar besluiten te verwerkelijken. In zes jaren riep zij 67 instituten in het leven en wist zij werkelijk nuttige verbe­teringen in de Congregatie aan te brengen.

Als ik haar kwaliteiten van verstand, oordeel en wil en haar bestuurlijke aanleg duidelijk maak, dan doe ik dat, omdat ze me definitief alle hypothesen lijken te verdrijven die geformu­leerd werden in de loop van het onderzoek en die vervolgens niet voldeden en onhoudbaar waren: de hypothesen van hallu­cinaties, illusies, spiritisme, hysterie en delirium.

Het leven van de Moeder is een voortdurende bevestiging en manifestatie van haar geestelijke en algemene evenwichtigheid. Ook volgens naaste waarnemers scheen deze evenwichtigheid het overheersende kenmerk van haar persoonlijkheid te zijn. De andere hypothesen, zoals die van het gemakkelijk beïn­vloedbaar-zijn en van meegaandheid, die de ondervragers ertoe gebracht hadden zich af te vragen, of ze soms te doen hadden met een zeer overgevoelige natuur die als een spiegel met vele facetten alle invloeden en indrukken weergeeft, werden even­eens door de werkelijkheid van het dagelijkse leven van de Moeder buiten werking gesteld. Moeder Eugenia, alhoewel ze begaafd was met een gevoelige natuur en een emotioneel tem-

perament, heeft bewezen dat ze niemand bevoorrechtte en dat ze, verre van zich door menselijke overwegingen te laten beïn­vloeden, haar plannen en activiteiten kon vastleggen en in de daad omzetten. Door haar fascinerende persoonlijkheid verwierf zij zich gezag bij anderen.

Een eenvoudig verhaal zal hier meer over zeggen dan alle waardering: op de dag na haar verkiezing tot Generale Overste moest ze overgaan tot de benoeming van enkele Oversten. Welnu, ze aarzelde daarbij niet een Overste te vervangen die zojuist op haar gestemd had. Toen deze in Egypte aan land ging, vernam zij via een luchtpostbrief de intrekking van haar opdracht.

 

2) Over het doel van de zending:

Het doel van de zending die aan Moeder Eugenia werd toe­vertrouwd is duidelijk bepaald en lijkt mij vanuit leerstellig oogpunt, legitiem en opportuun. Het preciese doel is : de Vader bekend te maken en te eren, vooral door de instelling van een speciaal feest, wat aan de Kerk wordt gevraagd. Het onderzoek heeft bewezen dat een liturgisch feest ter ere van de Vader goed zou passen in de lijn van de gehele katholieke eredienst. Het komt overeen met de traditionele beweging van het katho­lieke gebed, dat een opstijgen naar de Vader is, door de Zoon, in de Heilige Geest, zoals de gebeden van de Heilige Mis en de liturgische oblatie aan de Vader in het Heilig Offer bewijzen. Van de andere kant is het toch vreemd dat er nog geen spe­ciaal feest ter ere van de Vader bestaat: de Heilige Drieëenheid wordt als zodanig geëerd, het Woord en de Heilige Geest wor­den in hun zending en in hun uiterlijke openbaring geëerd. Alleen de Vader heeft geen eigen feestdag die de aandacht van de Christenheid op Zijn Persoon zou kunnen richten. Zoals uit een tamelijk uitgebreid onderzoek, dat onder talrijke gelovigen uit verschillende sociale klassen en zelfs onder talrijke pries­ters en religieuzen werd gehouden blijkt, moet deze afwezigheid van een liturgisch feest te Zijner ere worden toegeschreven aan het feit dat: "de Vader niet gekend is; men bidt niet tot Hem, men denkt niet aan Hem". Degene die dit onderzoek heeft geleid, heeft ook met verbazing vastgesteld dat een groot aantal Christenen zich van de Vader afgewend hebben omdat ze in Hem een verschrikkelijke Rechter zien. Ze wenden zich liever tot de Mensheid van Christus en velen vragen aan Jesus, om hen te beschermen tegen de toorn van de Vader!

Een speciaal feest zou als eerste effect hebben dat de vroomheid van veel Christenen weer in juiste banen geleid zou worden en hen terug zou brengen tot de opdracht van de God­delijke Verlosser: "Alles, wat gij de Vader zult vragen in Mijn naam....... (vgl. Joh. 14,13) en verder: "Zo zult gij bidden: Onze Vader...". (vgl. Mt.6,9). Tegelijkertijd zou een liturgisch feest ter ere van de Vader hen ook helpen de blik op te heffen naar Hem die de Heilige Jakobus noemde: "De Vader van het Licht, van Wie wij alle goede gaven ontvangen..." (vgl. Jak. 1,17). Het zou de mensen eraan wennen, de Goddelijke Goedheid, de welda­den van God en Zijn Vaderlijke Voorzienigheid te overwegen. Ze zouden zich realiseren dat deze Voorzienigheid eigen is aan de Drieëne God; het is door Zijn Goddelijke natuur waaraan ieder van de drie Personen deel heeft, dat God de onuitspreke­lijke schatten van Zijn oneindige barmhartigheid over de wereld uitstort.

Op het eerste gezicht zou het dus kunnen lijken dat er geen speciale reden is, om de Vader in het bijzonder te eren; evenwel, was het niet de Vader die Zijn Zoon in deze wereld gezonden heeft? Als het in de hoogste mate rechtvaardig is, de Zoon en de Heilige Geest te eren op grond van hun uiterlijke openbaring, zou het dan niet rechtvaardig en passend zijn, God de Vader dank te brengen voor het Geschenk dat Hij ons zond in Zijn Zoon, zoals de prefaties van de Heilige Mis van ons vragen?

Het eigenlijke doel van dit bijzondere feest wordt dan op duidelijke wijze geschetst: de Vader eren, Hem danken, Hem loven, omdat Hij ons Zijn Zoon geschonken heeft; in één woord, zoals de Boodschap zegt: Hem eren, Hem danken, Hem loven, die de Bewerker van de Verlossing is. Dank brengen aan Hem die de wereld zozeer heeft liefgehad dat Hij Zijn enige Zoon gegeven heeft opdat alle mensen bijeengebracht worden in het mystieke Lichaam van Christus, in deze Zoon, om kin­deren te worden in Hem. (vgl.Joh.3,16). Zou zo'n feest in een tijd als deze, waarin de wereld die verward is door seculiere leerstellingen, atheïsme en moderne filosofieën, God, de ware

God niet meer kent, er niet toe kunnen bijdragen dat velen de levende Vader leren kennen die Jesus ons geopenbaard heeft, de Vader van barmhartigheid en goedheid? Zou zo'n feest er niet toe bijdragen dat het aantal vermeerderd wordt van hen, die "de Vader in Geest en Waarheid aanbidden" (Vgl. Joh.4,23­24), zoals Jesus verkondigd heeft? Op het moment, waarin de wereld, ontwricht door dodelijke oorlogen de noodzaak gaat voelen om te zoeken naar een duurzaam principe van eenheid om de volkeren nader tot elkaar te brengen, zou dit feest een groot licht brengen. Het zou de mensen leren dat ze allen in de hemel dezelfde Vader hebben: Degene die hen Jesus geschonken heeft, tot Wie Hij hen trekt als leden van Zijn Mystieke Lichaam, in de eenheid van dezelfde Geest van Liefde. Op het moment waarin zovelen uitgeput of vermoeid zijn door de beproevingen van de oorlog, zouden ze kunnen verlangen, zich om te keren naar een diep innerlijk leven. Zou dit feest hen niet kunnen bewegen om "van binnenuit" de Vader te aanbidden die in het verborgene is en om zichzelf als een kinderlijke en edelmoedige offergave aan te bieden aan de Vader, de enige Bron van het leven van de Heilige Drieëenheid in hen? Zou zo'n feest niet de mooie beweging van het boven­natuurlijke leven bewaren die de zielen van nature trekt tot het geestelijk kindschap en tot het kinderlijke leven met de Vader, door middel van het vertrouwen, de overgave aan de Goddelijke wil, de Geest van geloof?

Van de andere kant, los van de kwestie van een speciaal feest en afgezien van wat het besluit zal zijn van de Kerk, doet zich hier een leerstellig probleem voor. Sommige eminente theologen denken dat de geloofsleer over de relatie van de ziel tot de Drieëne God verdiept zou moeten worden. De Drievuldig­heid zou voor de zielen een Bron van Licht kunnen worden over het leven van eenheid tussen de Vader en de Zoon, waaro­ver de H. Johannes spreekt en over de deelname aan het leven van Jesus, de Zoon van de Vader en vooral aan Zijn kinderlijke Liefde voor Hem. Maar het zijn niet de theologische problemen die ik wil onderstrepen, het is dit feit: een arme, in theolo­gische zaken onervaren jonge vrouw verklaart dat zij Godde­lijke mededelingen ontvangt die heel verrijkend zouden kunnen zijn voor de geloofsleer.

De visioenen van een ingebeelde visionaire zijn armzalig, steriel, onsamenhangend. De Boodschap, waarvan Moeder Eugenia zegt dat de Vader deze haar toevertrouwde daarente­gen, is vruchtbaar, gewaarmerkt door een harmonieuze krui­sing van twee kenmerken die haar betrouwbaar maken. Ener­zijds wordt aangetoond dat zij zich bevindt in de traditie van de Kerk, zonder een aspect van nieuwigheid die verdenking op zou kunnen wekken, want zij herhaalt voortdurend dat dit alles al gezegd werd in de openbaring van Christus over Zijn Vader en dat alles in het Evangelie staat. Maar van de andere kant maakt zij duidelijk, dat deze grote waarheid over de ken­nis van de Vader noodzakelijk overdacht, verdiept en beleefd moeten worden.

Laat niet de onevenredigheid tussen de zwakheid van het instrument - niet in staat uit zichzelf een geloofsleer van deze aard te ontdekken - en de diepte van de Boodschap die de Zuster overbrengt ons vermoeden dat hier een andere, hogere, bovennatuurlijke Oorzaak van Goddelijke Oorsprong tussen­beide gekomen is om haar deze Boodschap toe te vertrouwen?

Ik zie niet in, hoe men menselijkerwijze de ontdekking die de Zuster gedaan heeft zou kunnen verklaren, de ontdekking van een idee, waarvan de theologische ondervragers slechts beetje bij beetje de originaliteit en de vruchtbaarheid hebben vermoed.

Een ander feit vind ik even veelbetekenend. Toen Zuster Eugenia verkondigde dat zij verschijningen van de Vader had gehad, hebben de theologische ondervragers haar tegengewor­pen dat verschijningen van de Vader in zichzelf onmogelijk waren en dat dit nog nooit in de geschiedenis was voorgeko­men. De Zuster bleef standvastig tegenover deze tegenwerpin­gen en verklaarde eenvoudig: "De Vader heeft mij gezegd, te beschrijven wat ik zag. Hij vraagt aan Zijn zonen, de theologen, te zoeken". De Zuster veranderde nooit iets aan haar verklarin­gen en heeft haar beweringen maanden lang met nadruk herhaald. Pas in Januari 1934 ontdekten de theologen bij St. Thomas van Aquino zelf het antwoord op de bezwaren die zij opwierpen. Het antwoord van deze grote Kerkleraar over het onderscheid tussen verschijning en zending gaf klaarheid. Dit antwoord verwijderde de hindernis die het hele onderzoek had verlamd. Tegenover wijze theologen had de kleine onwetende Zuster gelijk gekregen. Hoe kan men menselijkerwijze, ook in dit geval, het licht, de wijsheid en de standvastigheid van de Zuster verklaren? Een bedriegelijke zieneres zou geprobeerd hebben zich aan te passen aan de verklaringen van de theolo­gen. De Zuster heeft stand gehouden; dit zijn nieuwe redenen waardoor haar getuigenis waardig schijnt om met vertrouwen ondersteund te worden.

In elk geval, datgene wat mij opmerkenswaardig schijnt te zijn is de gereserveerde houding die zij aannam, met betrekking tot het wonderbaarlijke. Terwijl valse mystieken deze dingen op de voorgrond schuiven en niets zien dan het buitengewone, wer­den dezen in het geval van de Zuster op de tweede plaats gezet, als bewijzen en middelen. Er is een afwezigheid van exaltatie, een evenwichtigheid van waarden die een goede indruk maakt.

Over het onderzoek van de theologen zal ik slechts weinig zeggen. De Paters Albert en August Valencin worden hogelijk gewaardeerd wegens hun filosofische en theologische authori­teit en ook wegens hun kennis op het gebied van het geestelijk leven. Hun interventie was reeds gevraagd bij andere onder­zoeken van dezelfde aard, die evenals dit geval, aan hun onder­zoek onderworpen waren. Wij weten dat zij dit hadden gedaan met grote omzichtigheid. Dat zijn de redenen, waarom wij op hen onze keuze bepaald hebben. Wij zijn hen zeer dankbaar voor hun toegewijde en gewetensvolle samenwerking. Hun getuigenis ten gunste van de Zuster en ten gunste van een bovennatuurlijke verklaring van de feiten in hun geheel heeft des te meer waarde, omdat zij lange tijd getalmd hebben, waar­bij zij in het begin vijandig en sceptisch ingesteld waren en later aarzelden. Nadat zij alle mogelijke verzet aangetekend hadden en de Zuster aan harde beproevingen onderworpen hadden, lieten zij zich langzamerhand overtuigen.

 

Conclusies

In overeenstemming met mijn ziel en mijn geweten en met een levendig bewustzijn van mijn verantwoordelijkheid tegeno­ver de Kerk, verklaar ik:

dat alleen de bovennatuurlijke en Goddelijke tussenkomst mij geschikt lijkt, een logische en bevredigende verklaring te geven voor het geheel van de feiten. Zonder alles wat het omringt, lijkt me dit wezenlijke feit vol van adel, van verheven­heid, van bovennatuurlijke vruchtbaarheid.

Een nederige kloosterzuster heeft de zielen weer opgeroepen tot de ware eredienst, die van de Vader, zoals Jesus ons heeft geleerd en zoals de Kerk dit heeft vastgelegd in haar liturgie. Er is geen enkele reden om hier verontrust over te zijn. Er is niets wat eenvoudiger is en overeenstemt met een betrouwbare doctrine.

De wonderbare feiten die deze Boodschap vergezellen zou­den losgemaakt kunnen worden van deze centrale gebeurtenis en de volle waarde ervan zou toch behouden blijven. De Kerk zal zeggen of aan het idee van een speciaal feest gehoor gegeven kan worden, gescheiden van het bijzondere geval van de Zuster en om doctrinele redenen.

Ik geloof dat het grote bewijs van de authenticiteit van de Zending van de Zuster geleverd wordt door de manier, waarop zij deze prachtige geloofsleer waaraan zij ons is komen herin­neren, in het werkelijke leven in praktijk brengt. Ik acht het juist om haar toe te staan haar werk voort te zetten. Ik geloof dat de hand van God hier aan het werk is. Na tien jaren van onderzoeken, van reflectie en van gebed prijs ik de Vader, dat Hij Zich verwaardigd heeft mijn bisdom uit te kiezen als de plaats van zulke ontroerende openbaringen van Zijn Liefde.

+ ALEXANDER CAILLOT Bisschop van Grenoble,

in de tijd, waarin de Boodschap werd geopenbaard.

 

 

De Boodschap van de Vader Deel 1

1 Juli 1932 Feest van het Kostbaar Bloed van onze Heer Jesus Christus

Hier is eindelijk de dag - gezegend voor altijd - van de belofte van de Hemelse Vader!

Vandaag eindigen de lange dagen van voorbereiding en ik voel dat het komen van mijn Vader, de Vader van alle men­sen nabij, zéér nabij is.

Enkele minuten van gebed en daarna van geheel geeste­lijke vreugde! Ik werd aangegrepen door een dorst om Hem te zien en Hem te horen!

Mijn hart dat van liefde brandde, opende zich vol ver­trouwen, een vertrouwen zó groot, dat ik mij realiseerde dat ik tot nu toe nog niemand zó vertrouwd had.

De gedachte aan mijn Vader bracht m j in een roes van vreugde.

Uiteindelijk laten zich gezangen horen. Er komen engelen en z j verkondigen m j deze gelukkige aankomst! Hun gezan­gen waren zó mooi, dat ik me voornam ze zo spoedig moge­lijk op te schrijven.

Deze harmonie houdt een ogenblik op en daar is de stoet van de uitverkorenen, van de Cherubijnen en de Serafijnen, met God, onze Schepper en Vader.

Ter aarde neergeworpen, met het gezicht naar de grond, verzonken in mijn nietigheid, heb ik het Magnificat gebeden. Direct daarna zegt de Vader tot mij, b j Hem te gaan zitten om op te schrijven, wat Hij besloten had aan de mensen te zeggen.

Zijn gehele hofstoet, die Hem begeleid had was verdwe­nen.

Alleen de Vader is b j m j gebleven en voordat H j gaat zit­ten zegt H j mij:

"Ik heb het je al gezegd en Ik zeg het nog eens: Ik kan de mensen Mijn Geliefde Zoon geen tweede keer schenken, om Mijn Liefde tot de mensen te bewijzen! Maar nu kom Ik tot hen om hen lief te hebben; en omdat Ik zou willen, dat zij deze Liefde erkennen, neem Ik hun gestalte en hun armza­ligheid aan.

Zie, Ik leg Mijn kroon en al Mijn glorie terzijde, om de houding van een gewone mens aan te nemen!"

Nadat Hij de houding van een gewone mens had aangeno­men en Zin kroon en Zin glorie aan Zin voeten had gelegd, nam Hij de aardbol aan Zin Hart en ondersteunde hem met Zin linkerhand; toen kwam HU naast mij zitten. Ik kan nauwelijks iets zeggen over Zin aankomst, of over de hou­ding die Hij Zich verwaardigde aan te nemen en over Zin Liefde. In min onwetendheid heb ik geen woorden om datge­ne uit te drukken, wat Hij me te verstaan gaf.

Hij zei: "Vrede en verlossing mogen dit huis en de hele wereld ten deel vallen! Mogen Mijn Macht, Mijn Liefde en Mijn Heilige Geest de harten van de mensen beroeren, zodat de gehele mensheid de verlossing aanneemt en tot haar Vader komt die haar zoekt om haar lief te hebben en te red­den!

Moge Mijn Vicaris, Pius XI, begrijpen dat dit dagen van verlossing en zegen zijn. Hij moet de gelegenheid niet voor­bij laten gaan om de aandacht van de kinderen weer op de Vader te richten die tot hen komt om hen goed te doen in dit leven en om hen voor te bereiden op de eeuwige gelukza­ligheid.

Ik heb deze dag uitgekozen om Mijn Werk onder de men­sen te beginnen, want het is het feest van het kostbaar Bloed van Mijn Zoon Jesus. Het is Mijn bedoeling om dit Werk dat Ik begin onder te dompelen in dit Bloed, zodat het veel vruchten zal dragen voor de gehele mensheid.

Hier is het ware doel van Mijn komst:

1)- Ik kom om de overdreven angst uit te bannen die Mijn schepselen voor Mij hebben en om hen te laten begrijpen

dat Mijn vreugde erin bestaat gekend en bemind te worden door Mijn kinderen, namelijk door de gehele huidige en toekomstige mensheid.

2)- Ik kom om hoop te brengen aan de mensen en aan de naties. Hoevelen hebben de hoop al lang geleden verloren! Deze hoop zal hen laten leven in vrede en zekerheid, terwijl zij werken voor hun redding.

3)- Ik kom om Mijzelf bekend te maken zoals Ik ben, opdat het vertrouwen van de mensen vermeerdert, gelijktij­dig met hun liefde voor Mij, hun Vader die slechts door één enkele zorg bewogen wordt: over alle mensen te waken en ze als Mijn kinderen lief te hebben.

Een schilder verheugt zich, als hij een door hemzelf gemaakt schilderij beschouwt; zó verblijd en verheug Ik Mij, om onder de mensen te komen, het meesterwerk van Mijn Schepping!

De tijd dringt. Ik zou willen, dat de mens zo vlug mogelijk weet dat Ik hem liefheb en dat het Mij het meest gelukkig maakt, bij hem te verblijven en met hem te praten, zoals een vader met zijn kinderen.

Ik ben de eeuwige God en toen Ik alleen leefde, had Ik er al aan gedacht om Mijn gehele macht te gebruiken om wezens te scheppen naar Mijn beeld en gelijkenis. Maar eerst was de schepping van de materie nodig, opdat deze wezens middelen van bestaan zouden hebben. Toen heb Ik de wereld geschapen. Ik vervulde haar met alles waarvan Ik wist, dat de mensen het nodig zouden hebben: de lucht, de zon en de regen en vele andere dingen waarvan Ik wist, dat ze noodzakelijk waren voor hun leven.

Uiteindelijk heb Ik de mens geschapen! Ik was tevreden over Mijn Werk. De mens begaat zonde, maar juist daarin komt Mijn oneindige goedheid tot uiting. Om onder de men­sen te leven die Ik geschapen had, koos Ik in het Oude Testament profeten uit, aan wie Ik Mijn verlangens, Mijn zorgen en Mijn vreugden meedeelde, opdat zij ze aan ande­ren zouden overbrengen.

Hoe meer het kwade toenam, des te meer spoorde Mijn goedheid Mij aan, Mijzelf te openbaren aan rechtvaardige zielen die Mijn bevelen moesten overbrengen aan hen, die de wanorde veroorzaakten. Zo moest Ik soms strengheid gebruiken om hen te berispen, niet om hen te straffen - dat zou alleen maar kwaad hebben gedaan - maar om hen van de ondeugd af te brengen en hen te leiden tot hun Vader en Schepper die zij in hun ondankbaarheid vergeten en miskend hadden. Later overstroomde het kwaad zodanig de harten van de mensen dat Ik gedwongen was rampen over de wereld te brengen om de mensen te louteren door het lij­den, door de vernietiging van hun bezittingen, of zelfs door het verlies van het leven: de zondvloed, de verwoesting van Sodom en Gomorra, de oorlogen van mens tegen mens, enz., enz...

Ik heb altijd in deze wereld onder de mensen willen ver­blijven. Zo was Ik gedurende de Zondvloed bij Noach, de enige rechtvaardige van die tijd. Ook bij andere calamiteiten vond Ik altijd een rechtvaardige bij wie Ik kon verblijven en door hem verbleef Ik te midden van de mensen van die tijd. En zo was het altijd.

De wereld werd dikwijls gezuiverd van haar corruptie, dankzij Mijn oneindige goedheid jegens de mensheid. Ik ging door met het uitkiezen van enkele zielen in wie Ik Mij verblijdde, want door hen kon Ik Mij verheugen in Mijn schepselen, de mensen.

Ik had de wereld de Messias beloofd. Wat heb Ik niet gedaan om Zijn komst voor te bereiden! Al duizenden jaren vóór Zijn komst toonde Ik Mij in beelden die Hem voorstel­den!

Want Wie is deze Messias? Vanwaar komt Hij? Wat zal Hij op aarde doen? Wie komt Hij vertegenwoordigen?

De Messias is God. - Wie is God?

God is de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

- Waar komt Hij vandaan, of beter nog, wie heeft Hem opgedragen onder de mensen te komen?

Dat ben Ik, Zijn Vader, God. - Wie zal Hij op aarde vertegenwoordigen? Zijn Vader: God.  - Wat zal Hij op aarde doen? Hij zal de Vader, God, gekend en bemind maken. Heeft Hij niet gezegd: "Wist ge dan niet dat Ik in het Huis van Mijn Vader moest zijn?' - "Nesciebatis quia in his quae Patris mei sunt oportet Me esse?" (Lk. 2,49) " Ik ben gekomen om de Wil van Mijn Vader te doen". "Alles, wat gij de Vader zult vragen in Mijn Naam, zal Hij U geven". (vgl. Joh. 16,23) "Zó zult gij bidden: Onze Vader, die in de hemel zijt...... en elders, omdat Hij gekomen is om de Vader te verheerlijken en Hem aan de mensen bekend te maken, zegt Hij: "Wie Mij ziet, ziet Mijn Vader". (Joh. 14,9) " Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij". (Joh. 14,11) "Niemand komt tot de Vader, tenzij door Mij" - "Nemo venit ad Patrem, nisi per Me". (Joh. 14,6) "Al wie met Mij is, is ook met Mijn Vader". Enz., enz. Ziet, o mensen, dat Ik van alle eeuwigheid maar één ver­langen heb: Mijzelf bekend te maken aan alle mensen en Mijzelf bemind te maken. Ik verlang onophoudelijk dicht bij hen te blijven. Willen jullie een geloofwaardig bewijs van deze wens die Ik zojuist tot uitdrukking heb gebracht? Waarom heb Ik Mozes bevolen het tabernakel en de ark van het Verbond te bouwen, als Ik niet het brandende ver­langen had om bij Mijn schepselen, de mensen te komen wonen als een Vader, een broeder, een vertrouwde vriend? Desondanks hebben ze Mij vergeten en krenkten Mij door ontelbare zonden. En opdat zij, niettegenstaande alles, zich God, hun Vader zouden herinneren en het unieke verlangen dat Hij heeft om hen te redden, heb Ik Mijn geboden aan Mozes gegeven, opdat zij door deze te onderhouden, herin­nerd zouden worden aan de oneindig goede Vader die alleen maar bedacht is op hun tegenwoordige en eeuwige redding. Dit alles raakte weer in vergetelheid en de mensen zijn weggezonken in dwalingen en vrees, omdat ze het te moei­zaam vonden om de geboden na te leven zoals Ik ze aan Mozes had overgebracht. Ze hebben zich andere wetten gemaakt, aangepast aan hun ondeugden, om ze gemakke­lijker in acht te nemen. Beetje bij beetje, in de overdreven vrees die zij voor Mij hadden, hebben ze Mij steeds meer vergeten en overladen met grove beledigingen. En toch was Mijn Liefde voor deze mensen, Mijn kinde­ren, helemaal niet opgehouden. Toen Ik vastgesteld had dat noch de patriarchen, noch de profeten Mij bekend en bemind hadden kunnen maken door de mensen, heb Ik besloten Zelf te komen. Maar wat te doen om te midden van de mensen te zijn? Er was geen ander middel dan Zelf te komen in de tweede Persoon van Mijn Godheid. Zullen de mensen Mij kennen? Zullen ze naar Mij luiste­ren? Voor Mij was niets in de toekomst verborgen; op deze beide vragen antwoordde Ikzelf: "Ze zullen Mijn aanwezig­heid negeren, al zijn ze ook in Mijn nabijheid. In Mijn Zoon zullen ze Mij mishandelen, ondanks al het goede dat Hij voor hen zal doen. In Mijn Zoon zullen ze Mij belasteren, Mij kruisigen om Mij te laten sterven". Zal Ik daarom ermee ophouden? Nee, Mijn Liefde is te groot voor Mijn kinderen, de mensen, Mijn Liefde is te groot! Ik ben er niet mee opgehouden: jullie kunge~ed erken­nen dat Ik jullie - om zo te zeggen - méér heb liefgehad dan Mijn veelgeliefde Zoon, of om het nog beter te zeggen, méér dan Mijzelf. Dat, wat Ik jullie zeg is zó waar dat als één van Mijn schepselen voldoende zou zijn geweest om de zonden van de andere mensen uit te boeten door een leven en een dood, gelijk aan die van Mijn Zoon, Ik geaarzeld zou hebben. Waarom? Omdat Ik Mijn Liefde verraden zou hebben door een ander schepsel dat Ik liefheb te laten lijden, in plaats van Zelf te lijden in Mijn Zoon. Nooit zou Ik Mijn kinderen willen laten lijden. Zie hier dus in het kort de geschiedenis van Mijn Liefde tot aan Mijn komst onder de mensen door middel van Mijn Zoon. De meeste mensen kennen al deze gebeurtenissen, maar negeren het wezenlijke: dat het de Liefde is geweest die tot dit alles leidde. Ja, het is de Liefde en Ik wil dat jullie dat opmerken. Nu is deze Liefde vergeten. Ik wil jullie eraan herinneren opdat jullie Mij leren kennen zoals Ik ben en opdat jullie niet zijn als slaven, zo bang voor een Vader die jullie tot het uiterste toe liefheeft. Ziet, in dit verhaal zijn wij pas bij de eerste dag van de eerste eeuw en Ik zou jullie willen leiden tot in onze dagen: tot de twintigste eeuw. O, hoe is Mijn Vaderliefde vergeten geweest door de men­sen! En toch heb Ik jullie lief met zo'n grote tederheid. Wat heb Ik nog niet gedaan in Mijn Zoon, dat wil zeggen, in Mijn Mensgeworden Zoon! De Godheid is in deze mensheid verhuld, klein, arm, vernederd. Met Mijn Zoon Jesus leidde Ik een leven van ontbering en werk. Ik ontving Zijn gebedeh, opdat de mens een duidelijk omschreven weg zou hebben om altijd rechtvaardig te wandelen met het doel, veilig bij Mij aan te komen! Zeker, Ik kan de zwakheid van M"n kinderen goed begrij­pen. Daarom heb Ik Mijn Zoon gevaagd hen middelen te schenken, om zich weer op ter ich en als ze gevallen zijn. Deze middelen zullen hen helpen, zich van hun zonden te reinigen, zodat zij weer kinderen van Mijn Liefde zullen zijn. Deze middelen zijn hoofdzakelijk de zeven Sacramenten. En het grootste middel tot redding, ondanks jullie vallen in de zonde is het Kruis, is het Bloed van Mijn Zoon dat te allen tijde over jullie wordt uitgestort indien jullie het wen­sen, zowel in het Sacrament van Verzoening, alsook in het Heilig Misoffer. Mijn geliefde kinderen, al twintig eeuwen heb Ik jullie overladen met deze goede gaven en speciale genaden en het resultaat is heel miserabel! Hoevelen van Mijn schepselen, die kinderen van Mijn Liefde geworden waren door Mijn Zoon, hebben zich heel vlug in de eeuwige afgrond gestort! Waarlijk, zij hebben Mijn oneindige Goedheid niet gekend. Ik heb jullie toch zo lief. Jullie tenminste, die weten dat Ikzelf gekomen ben om tot jullie te spreken, om jullie Mijn Liefde bekend te maken terwille van jullie eigen welzijn, werp je niet in de afgrond. Ik ben jullie Vader! Zou het dan mogelijk zijn dat jullie, na Mij jullie Vader genoemd te hebben en na Mij jullie liefde betuigd te hebben, in Mij zo'n hard en gevoelloos hart zouden vinden, dat Ik jullie verloren zou laten gaan? Nee, nee,   elooft dat niet! Ik ben de beste van de vaders! Ik ken de zwakheid van Mijn schepselen! Komt, komt tot Mij met vertrouwen en liefde! En Ik zal jullie vergeven als jullie berouw hebben! Ook al zijn jullie zonden weerzinwekkend als modder, jullie ver­trouwen en liefde laten Mij ze vergeten en zo zullen jullie niet veroordeeld worden. Ik ben rechtvaardig, dat is waar, maar de Liefde betaalt alles! Luistert Mijn kinderen, laten wij een veronderstelling maken en jullie zullen zeker zijn van Mijn Liefde. Voor Mij zijn jullie zonden als ijzer, jullie daden van liefde als goud. Ook als jullie Mij duizend kilo ijzer zouden overhandigen, zou dat voor Mij niet zoveel zijn dan wanneer jullie Mij tien kilo goud zouden schenken! Dit betekent dat men zich met een klein beetje liefde bevrijdt van een immense hoeveelheid kwaad. Hier is dus een heel zwak beeld van Mijn oordeel over Mijn kinderen, de mensen, alle mensen zonder uitzonde­ring. Het is dus nodig, dat jullie tot Mij komen. Ik ben zo dicht bij jullie! Het is dus nodig, Mij lief te hebben en Mij te eren opdat jullie niet geoordeeld zullen worden, of hoog­stens geoordeeld met een oneindig barmhartige Liefde!

Twijfelt niet! Als Mijn Hart niet zo was, zou Ik de wereld al vernietigd hebben, elke keer dat zij zonde bedreven heeft! Terwijl, - en jullie zijn er getuigen van - Mijn bescherming zich op elk moment manifesteert door genaden en welda­den. Daaruit kunnen jullie concluderen dat er een Vader is,

die boven alle vaders gaat, die jullie liefheeft en die nooit zal ophouden jullie lief te hebben, mits jullie het willen.

Ik kom tot jullie langs twee wegen: het Kruis en de Eucharistie!

Het Kruis is Mijn weg om af te dalen tot Mijn kinderen, omdat het door middel van het Kruis is, dat Ik jullie heb laten verlossen door Mijn Zoon. En voor jullie is het Kruis de weg waardoor jullie kunnen opstijgen tot Mijn Zoon en door Mijn Zoon tot Mij. Zonder het Kruis zouden jullie nooit tot Mij kunnen komen, want de mens heeft door de zonde de straf opgelopen, van God gescheiden te zijn.

In de Eucharistie woon Ik bij jullie, zoals een vader in zijn gezin. Ik heb gewild dat Mijn Zoon de Eucharistie instelde om van elk tabernakel een vat te maken van Mijn genaden, van Mijn Rijkdommen en van Mijn Liefde om ze te geven aan de mensen, Mijn kinderen.

Het is altijd langs deze twee wegen dat Ik onophoudelijk zowel Mijn Macht als Mijn oneindige barmhartigheid laat neerdalen.

Nu Ik jullie heb getoond dat Mijn Zoon Jesus Mij verte­genwoordigt onder de mensen en dat Ik door Hem voortdu­rend onder hen woon, wil Ik jullie ook tonen, dat Ik tot jullie kom door Min Heilige Geest.

Het werk van deze derde Persoon van Mijn Godheid wordt uitgevoerd in stilte en dikwijls merkt de mens er niets van. Maar voor Mij is het een heel geschikt middel om niet alleen in het tabernakel te wonen, maar ook in de ziel van allen die in staat van genade zijn, om in hen Mijn troon te vestigen en altijd bij hen te wonen als een echte Vader die Zijn kind liefheeft, beschermt en helpt. Niemand kan de vreugde begrijpen, die Ik ondervind, als Ik alleen ben met een ziel. Nog niemand heeft de oneindige verlangens van Mijn goddelijk Vaderhart begrepen, gekend, bemind en geëerd te worden door alle mensen, rechtvaardigen en zon­daars. Dit zijn dus de drie gaven van eerbetoon die Ik ver­lang te ontvangen van de mens, opdat Ik altijd barmhartig en goed zal zijn, ook tegenover de grootste zondaars. Wat heb Ik niet gedaan voor Mijn volk vanaf Adam tot Jozef, de Voedstervader van Jesus en vanaf Jozef tot op deze dag, opdat de mens Mij de speciale eredienst kan geven die Mij toekomt als Vader, Schepper en Verlosser! Niettemin is Mij deze speciale verering die Ik zozeer verlangd heb en die Ik verlang, nog steeds niet gegeven! In het Boek Exodus lezen jullie dat het nodig is, God met een speciale eredienst te eren. Vooral de psalmen van David bevatten deze leer. In de geboden die Ikzelf aan Mozes heb gegeven, heb Ik op de eerste plaats gezet: "Gij zult de enige God volmaakt aanbidden en beminnen". Welnu, iemand liefhebben en eren zijn twee dingen die samengaan. Zoals Ik jullie overladen heb met zoveel welda­den, moet Ik dus door jullie geëerd worden op een heel bij­zondere manier! Toen Ik jullie het leven schonk, heb Ik jullie willen schep­pen naar Mijn gelijkenis! Dus is jullie hart even gevoelig als het Mijne, het Mijne als dat van jullie! Wat zouden jullie niet doen voor een van jullie buren die een kleinigheid voor jullie deed om jullie plezier te doen? Ook een heel ongevoelige mens zou voor deze persoon een onvergetelijke dankbaarheid bewaren. En iedereen zou ook iets zoeken dat de ander heel groot plezier doet, om de dienst te belonen. Welnu, Ik zou jullie nog veel dankbaarder zijn als jullie Mij deze kleine gunst zouden bewijzen van Mij te eren zoals Ik van jullie vraag. Ik zou jullie verzekeren van het eeuwige Leven. Ik erken dat jullie Mij eren in Mijn Zoon en dat sommi­gen in staat zijn, alles naar Mij te laten opstijgen door Mijn Zoon, maar hun aantal is erg klein! Gelooft echter niet, dat jullie door Mijn Zoon te eren, Mij niet eren. Het is zeker dat jullie Mij zó eren, omdat Ik in Mijn Zoon ben! Dus is alles wat Hem glorie geeft, ook voor Mij! Maar Ik zou willen zien dat de mens Zijn Vader en Schep­per eert met een speciale eredienst. Hoe meer jullie Mij zul­len eren, des te meer zullen jullie Mijn Zoon eren, omdat Hij 'volgens Mijn Wil het Mensgeworden Woord is geworden en onder jullie is gekomen, om Hèm bekend te maken die Hem heeft gezonden. Als jullie Mij zullen kennen, zullen jullie Mij en Mijn geliefde Zoon méér liefhebben dan jullie nu doen. Ziet, hoe­velen van Mijn schepselen die door het Mysterie van de Ver­lossing Mijn kinderen werden, niet in de weiden zijn die Ik voor alle mensen bereid heb door Mijn Zoon. Ziet hoevele anderen - en dat weten jullie - nog niets weten van deze weiden. En hoevele schepselen, die uit Mijn handen zijn voortgekomen en waarvan Ik het bestaan ken, terwijl jullie het niet weten, kennen niet eens de Hand die hen gescha­pen heeft. O, hoe zou Ik Mij willen laten kennen als de almachtige Vader die Ik voor jullie ben en ook zou willen zijn voor hen door Mijn weldaden! Ik zou willen dat zij door Mijn Wet een gelukkiger leven kunnen leiden. Ik zou willen dat jullie in Mijn Naam naar hen toegaan en met hen over Mij spreken. Ja, zegt hen dat zij een Vader hebben die, nadat Hij hen geschapen heeft, hen alle schatten wil geven die Hij bezit. Zegt hen vooral dat Ik aan hen denk, hen liefheb en hen het eeuwige geluk wil geven. O, Ik beloof het jullie: de mensen zullen zich zeer snel bekeren! Gelooft Mij, als men vanaf het eerste begin van de Kerk begonnen zou zijn Mij te eren en Mij geëerd te maken door een speciale eredienst, dan zouden er na twintig eeuwen maar weinig mensen zijn overgebleven die leven in afgoden­dienst, in heidendom en in veel valse en slechte sekten, in welke de mens zich blindelings in de afgronden van het eeuwige vuur werpt. En ziet hoeveel werk er nog te doen blijft!

MIJN UUR IS GEKOMEN! Het is nodig dat Ik door de mensen gekend, bemind en geëerd word, want nadat Ik hen geschapen heb, kan Ik hun Vader zijn, dan hun Verlosser en tenslotte het voorwerp van hun eeuwige vreugde.

Tot nu toe heb Ik gesproken over dingen die jullie al wisten. Ik wilde jullie eraan herinneren zodat jullie er steeds

meer van overtuigd worden dat Ik een zeer goede Vader ben en geen verschrikkelijke, zoals jullie geloven en ook dat Ik de Vader ben van alle mensen die nu leven en van allen die Ik zal scheppen tot het einde van de wereld.

Weet ook dat Ik gekend, bemind en vooral geëerd wil wor­den! Dat allen Mijn oneindige Goedheid erkennen voor iedereen en vooral voor de zondaars, de zieken, de sterven­den en allen die lijden. Dat zij allen weten dat Ik slechts één verlangen heb: hen lief te hebben, hen Mijn genaden te schenken, hen te vergeven als zij berouw hebben en vooral hen niet te oordelen volgens Mijn rechtvaardigheid maar volgens Mijn barmhartigheid, zodat allen gered en bij Mijn uitverkorenen geteld zullen worden.

Om dit kleine verzoekschrift te besluiten doe Ik jullie een belofte die een eeuwig effect zal hebben; hier is zij: Roept Mij aan met de Naam van VADER, met vertrouwen en liefde en jullie zullen alles ontvangen van deze Vader, met Liefde en Barmhartigheid.

Ik verlang dat Mijn zoon, je geestelijke vader, zich bezig zal weten te houden voor Mijn Glorie en zin voor zin zal optekenen wat Ik je heb laten opschrijven en ook datgene, wat Ik je nog zal laten opschrijven, opdat de mensen het gemakkelijk en aangenaam zullen vinden om het verzoek­schrift te lezen, waarvan Ik wil dat ze het weten, zonder er iets aan toe te voegen.

Iedere dag zal Ik een beetje met je spreken over Mijn ver­langens aangaande de mensen, over Mijn vreugden en over Mijn zorgen en vooral zal Ik de mensen Mijn oneindige Goedheid tonen en de tederheid van Mijn medelijdende Lief­de.

Ik zou ook willen, dat je Oversten je toestaan, je vrije tijd te gebruiken om je met Mij te onderhouden en datje Mij een half uur per dag kunt troosten en Mij liefhebben en zó ver­krijgen dat de harten van de mensen, Mijn kinderen, goed voorbereid zullen zijn om ervoor te werken dat deze manier van eredienst die Ik jullie zojuist heb geopenbaard, verbreid wordt, zodat jullie komen tot een groot vertrouwen op deze

Vader die door Zijn kinderen bemind wil worden.

Opdat dit Werk, dat Ik zou willen doen onder de mensen zich zo snel mogelijk zal kunnen uitbreiden tot in het hart van alle naties, zonder dat degenen die de opdracht hebben dit te verbreiden ook maar de minste onvoorzichtigheid begaan, vraag Ik jou je dagen door te brengen in diepe inge­togenheid. Je zult gelukkig zijn, weinig met de schepselen te spreken en ook als je onder hen zult zijn, zul je in de ver­borgenheid van je hart met Mij spreken en naar Mij luiste­ren. Hier is nog iets, waarvan Ik wil dat je het zult doen: als Ik soms zal spreken voor jou, zul je Mijn confidenties in een klein speciaal dagboek schrijven.

Maar van nu af aan ben Ik van plan tot de mensen te spreken: Ik leef met de mensen in een grotere intimiteit dan een moeder met haar kinderen. Sinds de schepping van de mens heb Ik onophoudelijk naast hem geleefd; als Schepper en Vader van de mens voel Ik er behoefte aan hem lief te hebben. Het is niet zo dat Ik hem nodig heb, maar Mijn Lief­de van Vader en Schepper laat Mij deze behoefte voelen om de mens lief te hebben. Ik leef dus dicht bij de mens, Ik volg hem overal, Ik help hem in alles en Ik voorzie in alles.

Ik zie zijn noden, zijn moeiten en al zijn wensen en het is Mijn grootste geluk, hem te hulp te komen en hem te red­den. De mensen geloven dat Ik een verschrikkelijke God ben en dat Ik de gehele mensheid in de hel zal werpen. Wat een verrassing aan het einde van de tijden wanneer ze vele zie­len zullen zien die ze verloren waanden en die het eeuwige geluk genieten te midden van de uitverkorenen! Ik zou wil­len dat al Mijn schepselen overtuigd zouden zijn dat er een Vader is die over hen waakt en die hen een voorsmaak zou willen geven, ook hier beneden, van de eeuwige gelukzalig­heid.

Een moeder vergeet nooit het kleine schepsel dat zij ter wereld heeft gebracht. Is het van Mijn kant niet nog mooier dat Ik Mij alle schepselen herinner die Ik op de wereld heb gebracht?

Welnu, als de Moeder het kleine wezentje liefheeft dat Ik haar geschonken heb, dan heb Ik het nog veel meer lief dan zij, omdat Ik het geschapen heb. En wanneer het soms ook gebeurt dat een moeder haar kind minder liefheeft, wegens een gebrek dat bij hem zou kunnen bestaan, zal Ik hem integendeel des te meer liefhebben. Zij zou ertoe kunnen komen hem te vergeten of slechts zelden aan hem te denken, vooral als zijn leeftijd hem onttrokken heeft aan haar toezicht, maar Ik zal hem nooit vergeten. Ik zal hem altijd liefhebben ook al herinnert hij zich niet meer dat Ik zijn Vader en Schepper ben. Ik houd hem in herinnering en heb hem nog steeds lief.

Ik heb jullie al verteld dat Ik jullie al hier op aarde de eeuwige gelukzaligheid zou willen schenken, maar jullie hebben dit woord nog niet begrepen. De betekenis is: als jullie Mij liefhebben en Mij vol vertrouwen aanroepen met deze tedere naam van "VADER", beginnen jullie al hier op aarde de liefde en het vertrouwen te kennen die jullie geluk­zaligheid zullen uitmaken in de eeuwigheid en die jullie in de hemel zullen bezingen in gezelschap van de uitverkore­nen. Is dat niet een anticipatie van de eeuwige gelukzalig­heid van de hemel, die voor eeuwig zal duren?

Ik verlang dus dat de mens zich dikwijls herinnert dat Ik dààr ben, waar hij is; dat hij niet zou kunnen leven, als Ik niet bij hem was, levend zoals hij. Ondanks zijn ongeloof zal Ik nooit ophouden dicht bij hem te zijn.

Ach, hoe verlang Ik te zien dat Mijn plan dat Ik jullie bekend wil maken, gerealiseerd wordt. Het is dit: tot op vandaag heeft de mens er helemaal niet aan gedacht God zijn Vader dit genoegen te doen, waarover Ik op het punt sta te spreken:

Ik zou willen zien dat er een groot vertrouwen tot stand komt tussen de mens en zijn Vader in de hemel, een ware geest van familiariteit en tegelijkertijd van kiesheid om geen misbruik te maken van Mijn grote goedheid.

Ik ken jullie noden, jullie verlangens en alles wat er in jullie omgaat. Maar wat zou Ik gelukkig en dankbaar zijn, als Ik jullie tot Mij zag komen en als jullie aan Mij al jullie

noden zouden toevertrouwen, zoals een kind dat zijn vader volledig vertrouwt. Hoe zou Ik jullie wàt dan ook kunnen weigeren, of het van klein of van groot belang is, als jullie het Mij zouden vragen? Oók als jullie Mij niet zien en Mij niet in jullie nabijheid voelen in de gebeurtenissen die in jullie en rondom jullie heen voorvallen?

Wat een beloning zal het voor jullie zijn, op een dag, in Mij geloofd te hebben, zonder Mij te zien!

Ook nu Ik persoonlijk hier ben te midden van jullie allen en met jullie spreek en onophoudelijk herhaal, op alle mogelijke manieren, dat Ik jullie liefheb en dat Ik gekend, bemind en geëerd wil worden met een speciale eredienst, zien jullie Mij niet behalve één énige persoon, degene aan wie Ik deze Boodschap dicteer! Eén énige van de gehele mensheid! Toch spreek Ik tot jullie allemaal en in haar die Ik zie en tot wie Ik spreek, zie Ik jullie allen en spreek Ik tot jullie allen en tot ieder afzonderlijk en Ik heb jullie lief, alsof jullie Mij zouden zien!

Ik verlang dus dat de mensen Mij kunnen kennen en voelen dat Ik ieder van hen nabij ben. Herinnert U, o men­sen, dat Ik de hoop van de mensheid zou willen zijn! Ben Ik het al niet? Als Ik niet de hoop van de mens zou zijn, zou de mens verloren zijn. Maar het is noodzakelijk dat Ik als zoda­nig bekend ben, zodat de Vrede, het Vertrouwen en de Lief­de in de harten van de mensen zullen binnentreden en bereiken dat zij in relatie komen met hun Vader van de hemel en de aarde!

Gelooft niet dat Ik die verschrikkelijke oude man ben die de mensen uitbeelden op hun platen en in hun boeken! Nee, nee, Ik ben noch jonger, noch ouder dan Mijn Zoon en Mijn Heilige Geest. Daarom zou Ik willen dat allen, van kind tot grijsaard, Mij noemden met de familiare naam van Vader en Vriend, want Ik ben altijd bij jullie. Ik maak Mijzelf aan jullie gelijk, om jullie gelijk te maken aan Mij. Wat zou Mijn vreugde groot zijn bij het zien van ouders die hun kinderen leren Mij dikwijls met de naam van Vader aan te roepen, want dat ben Ik werkelijk! Hoezer zou Ik wensen te zien dat deze jonge zielen doordrongen werden van een ver­trouwen, een heel kinderlijke liefde tot Mij! Ik heb alles gedaan voor jullie; doen jullie dit niet voor Mij? Ik zou Mij willen vestigen in elk gezin als in Mijn domein, opdat allen met volledige zekerheid kunnen zeggen: "Wij hebben een Vader die oneindig goed is, onmetelijk rijk en toegevend en barmhartig. Hij denkt aan ons, Hij is dicht bij ons en Hij houdt van ons, Hij kijkt naar ons, Hijzelf onder­steunt ons, Hij zal ons alles geven wat ons ontbreekt als we Hem erom vragen. Al Zijn rijkdommen zijn de onze, wij zul­len alles hebben, wat we nodig hebben". Ik ben hier juist, opdat jullie Mij vragen wat jullie nodig hebben: "Vraagt en gij zult verkrijgen"! In Mijn Vaderlijke Goedheid zal Ik jullie alles geven, mits jullie allen Mij weten te beschouwen als een ware Vader die leeft te midden van de Mijnen, zoals Ik waarlijk doe! Ook wens Ik dat iedere familie de afbeelding die Ik later aan Mijn "dochtertje" kenbaar zal maken op een zichtbare plaats opstelt zodat iedereen het kan zien. Ik verlang dat elke familie zich zo onder Mijn bijzondere bescherming kan stellen om Mij gemakkelijker te kunnen eren. Daar zal het gezin Mij elke dag laten delen in hun noden, in hun werk, in hun zorgen, in hun lijden, in hun verlangens en ook in hun vreugden, omdat een Vader alles moet weten, wat zijn kinderen betreft. Ik wéét het, zéker, want Ik ben daar, maar Ik houd zoveel van eenvoud. Ik weet Mij aan jullie conditie te onderwerpen. Ik maak Mij klein met de kleinen, Ik maak Mij volwassen met de volwassenen; met de bejaarden maak Ik Mij aan hen gelijk opdat allen begrijpen wat Ik hen wil zeggen voor hun heiliging en voor Mijn glorie. Hebben jullie niet het bewijs van wat Ik jullie ben komen zeggen in Mijn Zoon, die Zich klein en zwak gemaakt heeft zoals jullie? Hebben jullie dit bewijs nu nog niet, nu jullie zien, dat Ik hier tot jullie spreek? En heb Ik niet een arm schepsel zoals jullie uitgekozen om tot jullie te spreken, opdat jullie kunnen begrijpen wat Ik jullie zeggen wil? En heb Ik Mij niet aan jullie gelijk gemaakt? Ziet, Ik heb Mijn kroon aan Mijn voeten gelegd, de wereld aan Mijn Hart. Ik heb Mijn Glorie in de hemel gelaten en ben hier gekomen. Ik heb Mijzelf alles voor allen gemaakt, arm met de armen en rijk met de rijken. Ik wil de jeugd beschermen als een tedere Vader. Er is zoveel kwaad in de wereld. Deze arme, onervaren jonge mensen laten zich ver­leiden door de verlokkingen van het kwaad en dit leidt beetje bij beetje tot totale ondergang. O jullie, die speciaal iemand nodig hebben die over je waakt in het leven om het kwaad te vermijden, komt tot Mij! Ik ben de Vader die méér van je houdt dan ooit een schepsel van je zal houden! Zoekt toevlucht dicht, héél dicht bij Mij, vertrouwt Mij jullie gedachten en verlangens toe. Ik zal jullie met tederheid liefhebben. Ik zal jullie genaden geven voor het heden en Ik zal jullie toekomst zegenen. Weest er zeker van dat Ik jullie niet vergeet, vijftien of vijfentwintig of dertig jaar nadat Ik jullie geschapen heb. Komt! Ik zie dat jullie hard een lieve en oneindig goede Vader nodig hebben, zoals Ik ben. Zonder in te gaan op veel andere belangrijke zaken, waarover Ik hier later kan spreken wil Ik nu op bijzondere wijze spreken tot die zielen, die Ik voor Mij heb uitgekozen, priesters en religieuzen: tot jullie, geliefde kinderen van Mijn Liefde. Ik heb grote plannen met jullie!

TOT DE PAUS

Vóór alle anderen wend Ik Mij tot U, Mijn geliefde zoon, tot U Mijn Plaatsvervanger, om dit Werk in Uw handen te leggen, dit Werk dat vóór al het andere op de eerste plaats zou moeten komen en dat door de angst die de duivel de mens heeft ingegeven, alleen in deze tijd volbracht zal wor­den.

Ach, Ik zou willen, dat U de draagwijdte van dit Werk, zijn grootsheid, zijn breedte, zijn diepte, zijn hoogte, zou begrijpen. Ik zou willen, dat u de immense verlangens zou begrijpen die Ik heb voor de hedendaagse en de toekomstige mensheid! Als U zou weten, hoezeer Ik verlang door de mensen gekend, bemind en geëerd te worden met een speciale ere­dienst! Dit verlangen heb Ik in Mij van alle eeuwigheid af en vanaf de schepping van de eerste mens. Ik heb dit verlan­gen vele malen uitgedrukt tegenover de mensen, vooral in het Oude Testament. Maar de mens heeft het nooit begre­pen. Nu laat dit verlangen Mij heel het verleden vergeten, mits het nu in het heden werkelijkheid wordt in Mijn schep­selen over de gehele wereld. Ik buig Mij neer tot het armste van Mijn schepselen om door haar onwetendheid te kunnen spreken en om door haar te kunnen spreken tot de mensen, zonder dat zij zich bewust is van de grootsheid van het Werk dat Ik onder hen zou willen doen! Ik kan niet met haar over theologie spreken, dat zou zeker mislukken omdat zij het niet zou begrijpen. Ik sta toe dat dit zo is om Mijn Werk te kunnen verwezenlijken door middel van eenvoud en onschuld. Maar nu is het aan U, dit Werk te laten bestuderen en het zo snel mogelijk tot uitvoe­ring te brengen. Om gekend, bemind en geëerd te worden met een specia­le eredienst vraag Ik niets buitengewoons. Ik verlang alleen maar dit:  1) - dat een dag, of tenminste een Zondag aan Mij gewijd zal worden om Mij te eren op een heel bijzondere wijze onder de naam van Vader van de gehele mensheid.

Ik zou voor dit Feest een eigen Mis en Officie wensen. Het is niet moeilijk teksten te vinden in de Heilige Schrift.

Als jullie er de voorkeur aan geven Mij deze speciale ere­dienst te geven op een Zondag, dan kies Ik de eerste Zondag van Augustus. Als jullie een dag door de week nemen, dan geef Ik de voorkeur aan de zevende van dezelfde maand.

2) - dat de gehele clerus zich ervoor zal inzetten om deze eredienst te ontwikkelen en bovenal dat zij Mij be­kend zullen maken aan de mensen zoals Ik ben en hoe Ik altijd dicht bij hen zal zijn, dat wil zeggen, de teder­ste Vader en de meest beminnelijke van alle vaders. 3) - Ik verlang dat de geestelijkheid Mij zal laten binnen­treden in alle gezinnen, in ziekenhuizen en ook in werk­plaatsen en kantoren, in kazernes en in de vergaderzalen waar de ministers van de naties besluiten nemen, kortom, overal waar Mijn schepselen zich bevinden, zelfs al was het er maar één! Het waarneembare teken van Mijn onzichtbare aanwezig­heid zal een afbeelding zijn die aantoont dat Ik werkelijk daar tegenwoordig ben. Zo zullen alle mensen hun activitei­ten uitvoeren onder de blik van hun Vader en Ikzelf zal het schepsel onder Mijn ogen hebben dat Ik geadopteerd heb, nadat Ik het geschapen heb. Zo zullen al Mijn kinderen verwijlen onder de blik van hun tedere Vader. Ongetwijfeld ben Ik ook nu overal, maar Ik zou voorge­steld willen worden op een waarneembare wijzel 4) - Dat gedurende het jaar de clerus en de gelovigen tot Mijn eer enkele vrome oefeningen zullen aanvaarden zonder daarbij hun gewone bezigheden te verwaarlozen. Laat Mijn priesters zonder vrees overal heengaan, naar alle naties om aan alle mensen de Vlam van Mijn Vaderlijke Liefde te brengen. Dan zullen de zielen verlicht worden, veroverd, niet alleen onder de ongelovigen, maar in alle sek­ten die niet van de ware kerk zijn. Ja, ook deze mensen die Mijn kinderen zijn, zullen deze vlam voor zich zien schitte­ren, zodat zij de waarheid kennen en alle Christelijke deug­den en praktijken zullen omhelzen. 5) - Ik zou geëerd willen worden op een heel speciale wijze in seminaries, in noviciaten, in scholen en pensiona­ten. Mogen allen, van de kleinsten tot de grootsten in staat zijn Mij te kennen en lief te hebben als hun Vader, hun Schepper en hun Verlosser. 6) - Dat de priesters zich erop toeleggen, in de Heilige Schrift te zoeken wat Ik in andere tijden gezegd heb en wat tot nu toe onbekend is gebleven en wat betrekking heeft op de eredienst die Ik van de mensen wens te ontvangen. Dat zij er ook aan werken dat Mijn verlangens en Mijn wil alle gelovigen en alle mensen bereiken, en specifiek wat Ik in het algemeen tot alle mensen wil zeggen en - in het bijzon­ der - tot de priesters en de mannelijke en vrouwelijke reli­gieuzen. Dat zijn de zielen, die Ik gekozen heb om Mij grote eer te bewijzen, méér dan de mensen in de wereld.

Zeker, het zal tijd kosten om te komen tot een volkomen verwerkelijking van deze verlangens die Ik uitgedacht heb voor de mensheid en die Ik aan u bekend heb gemaakt. Maar op een dag, door de gebeden en de offers van edelmoe­dige zielen die zich zullen opofferen voor dit Werk van Mijn Liefde, ja, op een dag zal Ik voldaan zijn. Ik zal U zegenen, Mijn geliefde zoon en Ik zal U alles honderdvoudig vergelden wat U voor Mijn Glorie zult doen.

TOT DE BISSCHOP

Ik wil ook een woord tot U zeggen, Mijn zoon Alexander, opdat Mijn verlangens gerealiseerd zullen worden in de wereld.

Het is nodig dat U met de geestelijke vader van dit "plantje" van Mijn Zoon Jesus, de promotoren zult zijn van dit Werk, d.w.z. van deze speciale eredienst die Ik verwacht van de mensen. Aan U, Mijn zonen, vertrouw Ik dit Werk toe en zijn toekomst die zo belangrijk is.

Spreekt, volhardt, maakt bekend wat Ik zal zeggen, opdat Ik gekend, bemind en geëerd zal worden door al Mijn schep­selen en U zult gedaan hebben, wat Ik van U verwacht, d.w.z. Mijn Wil en U zult de verlangens verwerkelijkt heb­ben, die Ik al zo lange tijd in stilte bewaard heb.

Voor alles wat U zullen doen voor Mijn Glorie zal Ik het dubbele doen voor Uw redding en Uw heiliging. Tenslotte zult U in de hemel en alleen in de hemel de grote beloning zien die Ik op heel bijzondere wijze zal geven aan U en aan allen die voor dit doel zullen meewerken.

Ik heb de mens geschapen voor Mijzelf en het is heel rechtvaardig, dat Ik ALLES zal zijn voor de mens. De mens zal geen echte vreugde smaken buiten zijn Vader en Schep­per, want zijn hart is voor niets anders gemaakt dan alleen voor Mij! Wat Mij betreft, Mijn Liefde voor Mijn schepselen is zo groot dat Ik geen grotere vreugde ken dan die van onder de mensen te zijn. Mijn glorie in de hemel is oneindig groot, maar Mijn heer­lijkheid is nog groter als Ik Mij tussen Mijn kinderen bevind: de mensen van de hele wereld. Jullie hemel, Mijn schepselen, is in het Paradijs, samen met Mijn uitverkore­nen, want het is daarboven in de hemel, dat jullie Mij zullen beschouwen in een eeuwig visioen en genieten van een eeuwige glorie. Mijn hemel is op aarde bij jullie allemaal, o mensen. Ja, het is op aarde en in jullie zielen dat Ik Mijn geluk en Mijn vreugde zoek! Jullie kunnen Mij deze vreugde geven en het is voor jullie ook een plicht tegenover jullie Schepper en Vader die het van jullie verlangt en verwacht. Mijn vreugde bij jullie te zijn is niet minder groot dan de vreugde die Ik smaakte, toen Ik bij Mijn Zoon Jesus was gedurende Zijn sterfelijk leven. Ik was het, die Mijn Zoon zond. Hij werd ontvangen door Mijn Heilige Geest, die Ikzelf ben, in één woord, Ik was altijd IK.

Tot jullie, Mijn schepselen die Ik liefheb zoals Mijn Zoon die één is met Mij, zeg Ik zoals tot Hem: jullie zijn Mijn geliefde kinderen in wie Ik Mijn welbehagen heb; daarom geniet Ik van jullie gezelschap en verlang bij jullie te blijven. Mijn aanwezigheid onder jullie is als de zon over de wereld. Als jullie welbereid zijn om Mij te ontvangen, zal Ik heel dicht bij jullie komen, Ik zal in jullie binnentreden, Ik zal jullie verlichten, Ik zal jullie verwarmen met Mijn oneindige Liefde.

Wat jullie betreft, zielen in staat van zonde, of die de reli­gieuze waarheid negeren, Ik zal niet in jullie kunnen bin­nentreden, maar Ik zal in elk geval dicht bij jullie blijven, want Ik zal nooit ophouden jullie te roepen, jullie uit te nodigen om te verlangen de weldaden te ontvangen die Ik jullie breng opdat jullie het Licht zien en genezen worden van de zonde.

Dikwijls zie Ik met medelijden op jullie neer wegens de ongelukkige staat waarin jullie verkeren. Vaak beschouw Ik jullie met Liefde om jullie voor te bereiden, zodat jullie zwichten voor de bekoorlijkheden van de genade. Vaak breng Ik dagen, ook jaren door in de nabijheid van sommige zielen om ze van de eeuwige gelukzaligheid te kunnen ver­zekeren. Ze weten niet dat Ik daar ben en op hen wacht, dat Ik hen roep op elk moment van de dag. Evenwel, Ik word helemaal niet moe en Ik voel het Zelf als Mijn vreugde naast jullie te blijven, altijd met de hoop dat jullie op een dag zul­len terugkeren naar jullie Vader en dat jullie Mij tenminste een enkele daad van liefde zullen aanbieden vóór jullie dood. Hier is b.v. een ziel, die op het punt staat plotseling te sterven: deze ziel is voor Mij altijd als de verloren zoon geweest ('). Ik overlaadde hem met weldaden, maar hij ging al deze weldaden, deze gratuite gaven van zijn allerbeminnelijkste Vader verkwisten en bovendien beledigde hij Mij zwaar. Ik wachtte op hem, Ik volgde hem overal; Ik gaf hem nieuwe gunstbewijzen, zoals gezondheid en goederen die Ik zijn werk liet voortbrengen, zodat hij overvloed had. Soms gaf Mijn Voorzienigheid hem nog nieuwe gaven. Hij leefde dus in overvloed, maar hij zag dit in het treurige licht van zijn verdorvenheid. Zijn hele leven was een weefsel van zonden omdat hij voortdurend in staat van doodzonde was. Maar Mijn Liefde is nooit moe geworden. Ik volgde hem ondanks alles, Ik had hem lief en vooral, ondanks zijn onheuse beje­geningen, was Ik tevreden, geduldig dicht bij hem te leven in de hoop dat hij misschien op een dag gehoor zou geven aan Mijn Liefde en terug zou keren zijn naar Mij, zijn Vader en Verlosser. Tenslotte nadert zijn laatste dag: Ik zend hem een ziekte, opdat hij tot bezinning kan komen en terugkeren naar Mij, zijn Vader. Maar de tijd gaat voorbij en zie hier Mijn arme zoon met 74 jaar in zijn laatste uur. Ik ben nog daar, zoals altijd: Ik spreek tot hem met méér goedheid dan ooit. Ik

(*) Aantekening van Moeder Eugenia: " Ik heb dit voorbeeld opge­schreven dat ik in vervulling heb zien gaan, precies zoals onze Vader het voor ons beschrijft."

volhard, roep Mijn uitverkorenen, dat zij zouden bidden voor hem opdat hij de vergiffenis zal vragen, die Ik hem aanbied... Op dit punt, alvorens zijn laatste adem uit te bla­zen, opent hij de ogen, erkent hij zijn fouten en hoever hij is afgedwaald van de ware weg die leidt tot Mij. Hij komt tot zichzelf en dan, met een zwakke stem, die niemand van de omstanders hoort zegt hij Mij: "Mijn God, nu zie ik, hoe groot Uw Liefde voor mij is geweest en ik heb U voortdurend beledigd door zo'n slecht leven. Ik heb nooit aan U gedacht, mijn Vader en mijn Verlosser. Nu ziet U alles en voor al dat kwaad dat U in mij ziet en dat ik erken in mijn verwarring, vraag Ik U vergiffenis en ik heb U lief, mijn Vader en mijn Verlosser"!

Hij stierf op datzelfde ogenblik en hier staat hij voor Mij. Ik oordeel over hem met de Liefde van een Vader, zoals hij Mij heeft aangeroepen en hij is gered. Hij zal enige tijd door­brengen op de plaats van loutering en daarna zal hij voor alle eeuwigheid gelukkig zijn. En Ik, na Mij tijdens zijn leven tevreden gesteld te hebben met de hoop hem te redden, als hij tot andere gedachten zou komen en berouw zou hebben, geniet nog méér met Mijn hemels Hof ervan, Mijn verlangen te hebben gerealiseerd en zijn Vader te zijn voor alle eeuwig­heid.

Wat de zielen betreft die leven in gerechtigheid en in staat van heiligmakende genade, bewijs Ik Mijn geluk door Mij in hen te vestigen. Ik geef Mij aan hen. Ik vertrouw hun het gebruik van MIJN MACHT toe en door MIJN LIEFDE vinden zij een anticipatie van het Paradijs in MIJ, hun Vader en hun Verlosser!

Zó eindigt het eerste deel van de Boodschap.

 

De Boodschap van de Vader Deel 2

Het tweede Deel begint op 12 Augustus 1932.

Op zekere dag maakte de duivel zich er meester van en verscheurde de omslag met een schaar.

" Ik heb zojuist een Bron van levend Water geopend die nooit meer zal opdrogen, van nu af tot het einde der tijden. Ik kom tot jullie, Mijn schepselen, om voor jullie Mijn vader­lijke boezem te openen die vervuld is van hartstochtelijke Liefde voor jullie, Mijn kinderen. Ik wil dat jullie getuigen zijn van Mijn oneindige en barmhartige Liefde. Het is niet voldoende voor Mij, jullie Mijn Liefde getoond te hebben, Ik wil ook voor jullie Mijn Hart openen, waaruit een verfrissen­de Bron zal stromen, waaraan alle mensen hun dorst zullen lessen. Dan zullen zij de vreugde smaken die zij tot nu toe niet gekend hadden door de immense druk van de overdre­ven angst die zij hadden voor Mij, hun tedere Vader.

En vanaf dat Ik de mensen een Verlosser heb beloofd, heb Ik deze Bron laten stromen. (*) Ik liet haar stromen door het Hart van Mijn Zoon, opdat zij jullie zou bereiken. Maar Mijn immense Liefde voor jullie brengt Mij ertoe, nog méér te doen en Mijn boezem te openen, van waaruit dit Water van Verlossing zal opwellen voor Mijn kinderen en Ik sta hen toe vrijelijk daaruit te putten wat ze nodig hebben voor tijd en eeuwigheid.

Als jullie de kracht van deze Bron, waarover Ik jullie spreek willen beproeven, leer Mij dan eerst beter kennen en heb Mij lief zoals Ik het wens, dat wil zeggen, niet alleen als Vader, maar als jullie Vriend en Vertrouweling.

Waarom zijn jullie verwonderd over wat Ik jullie zeg? Heb Ik jullie niet geschapen naar Mijn Beeld en Gelijkenis? Ik heb jullie gemaakt naar Mijn Beeld, opdat jullie het niet

 

(*) Aantekening van Moeder Eugenia: "Deze Bron waarover Hij mij spreekt zie ik alle dagen."

vreemd zouden vinden op familiare wijze te spreken met jul­lie Vader, jullie Schepper en jullie God. Want door Mijn barmhartige goedheid zijn jullie kinderen geworden van Mijn Vaderlijke en Goddelijke Liefde.

Mijn Zoon Jesus is in Mij en Ik ben in Hem, in onze wederkerige Liefde, die de Heilige Geest is, die Ons verenigd houdt met deze Band van de Liefde, waardoor Wij EEN zijn.

Hij, Mijn Zoon Jesus, is het vat van deze Bron, opdat de mensen kunnen komen om uit Zijn Hart te putten, dat altijd vol is van het water der Verlossing tot overstromens toe. Maar het is noodzakelijk dat jullie zekerheid verkrijgen over deze Bron die Mijn Zoon voor jullie opent, opdat jullie ervan overtuigd kunnen zijn dat zij verfrissend en aange­naam is! Komt dus tot Mij door middel van Mijn Zoon en wanneer jullie dichtbij Mij zijn, vertrouw Mij jullie verlan­gens toe. Ik zal jullie deze Bron laten zien en Mij bekend maken juist zoals Ik ben. Wanneer jullie Mij zullen kennen, zal jullie dorst gelest worden, jullie zullen verkwikt worden, jullie kwalen zullen genezen, jullie vrees zal verdwijnen, jul­lie vreugde zal groot zijn en jullie liefde zal een rust vinden die zij tot nu toe nooit gesmaakt had.

Maar hoe, zullen jullie Mij vragen, kunnen wij tot U komen? O, kom langs de weg van het vertrouwen. Noem Mij jullie Vader, hebt Mij lief in Geest en Waarheid en dat zal voldoende zijn, opdat dit verfrissende en zo krachtige water jullie dorst zal kunnen lessen!

Maar als jullie waarlijk willen dat zij jullie alles zal geven wat jullie ontbreekt om Mij te kennen en Mij lief te hebben en als jullie je koud en onverschillig voelen, roep Mij dan slechts aan met de innige naam van Vader en Ik zal bij jullie komen. Mijn Bron zal jullie de Liefde geven, vertrouwen en alles wat jullie ontbreekt om altijd bemind te worden door jullie Vader en Schepper.

Ik verlang vooral Mijzelf aan jullie allen bekend te maken opdat allen kunnen genieten, ook hier op aarde, van Mijn goedheid en Mijn tederheid. Wordt daarom apostelen voor allen die Mij niet kennen, die Mij nog niet kennen en Ik zal jullie moeiten en inspanningen zegenen en een grote heer­lijkheid voor jullie bereiden dicht bij Mij, in de eeuwigheid! Ik ben de Oceaan van Barmhartigheid, Mijn kinderen, en hier is een nog een bewijs van Mijn Vaderlijke Liefde die Ik voor jullie allen heb, zonder uitzondering, wat ook je leeftijd is, je status of je land. Ik sluit ook de diverse samenlevingen niet uit, sekten, getrouwen, ongelovigen, gelovigen, onver­schilligen; in deze Liefde omvat Ik alle redelijke schepselen die samen de mensheid vormen. Hier is het bewijs: Ik ben de Oceaan van Barmhartigheid. Ik heb jullie de Bron laten kennen die opwelt uit Mijn Hart om jullie dorst te lessen. En nu, opdat jullie zullen proeven hoe goed Ik ben voor iedereen, sta Ik op het punt jullie de Oceaan van Mijn universele Barmhartigheid te tonen, opdat jullie je er blindelings in kunnen werpen; waarom? Opdat de zielen die zich onderdompelen in deze Oceaan, de zielen die verbitterd zijn door ondeugden en zonden, deze buiten­sporige bitterheid verliezen in dit bad van Barmhartigheid. Ze zullen beter te voorschijn komen, gelukkig, geleerd te hebben, goed en liefdevol te zijn. Als jullie zelf door onwetendheid of zwakheid weer terug­vallen in deze staat van verbittering, ben Ik nog steeds een Oceaan van Barmhartigheid, bereid om deze druppel bit­terheid te ontvangen en te veranderen in barmhartigheid, in goedheid en om van jullie heiligen te maken zoals Ik, jullie Vader, heilig ben. Willen jullie, Mijn kinderen, je leven hier op aarde door­brengen in vrede en vreugde? Komt dan en werp jezelf in deze immense Oceaan en blijf er voor altijd in. Ook als je leven vervuld is van werk, zal datzelfde leven geheiligd wor­den door de barmhartige Liefde. Wat Mijn kinderen betreft die niet in de Waarheid zijn, Ik wil hen met des te meer redenen omgeven met Mijn grotere Vaderlijke voorliefde, opdat zij de ogen openen voor het licht dat in deze tijd stralender waarneembaar is, dan ooit. Het is de tijd van genade, voorzien en verwacht vanaf alle eeuwigheid! Ik ben persoonlijk hier om tot jullie te spreken. Ik kom als de tederste en meest beminnelijke van alle vaders. Ik buig Mij neer, Ik vergeet Mijzelf, om jullie tot Mij op te hef­fen en jullie verlossing te verzekeren. Jullie, die vandaag leven en ook jullie die nog niet bestaan, maar die zullen leven van eeuw tot eeuw tot aan het einde van de wereld, denkt eraan dat jullie niet alléén leven, maar dat een Vader die boven alle vaders gaat, dicht­bij jullie leeft, zelfs in jullie leeft, aan jullie denkt en jullie aanbiedt deel te nemen aan de onbegrijpelijke voorrechten van Zijn Liefde. Nadert tot deze Bron die altijd ontspringt aan Mijn Vaderlijk Hart. Proeft de zachtheid van dit heilzame water en als jullie de volle verrukkelijke kracht ervan in jullie zie­len gesmaakt zullen hebben en aan al jullie behoeften vol­daan zal zijn, komt dan en werpt jullie in deze Oceaan van Mijn Barmhartigheid om alleen nog maar te leven in Mij, te sterven aan jezelf om voor eeuwig in Mij te leven".

Notitie van Zuster Eugenia:

Onze Vader vertelde mij in een intieme dialoog:

"De Bron is het symbool van Min Kennis en de oceaan is het symbool van Min Barmhartigheid en van jullie ver­trouwen. Als jullie willen drinken van deze Bron, bestudeer Mij om Mij te leren kennen en als jullie Mij zullen kennen, werp je dan in de Oceaan van Min barmhartige Liefde en vertrouw op Mij met een vertrouwen datje omvormt en Ik zal niet in staat zin dit te weerstaan. Dan zal Ik jullie fouten ver­geven en jullie overladen met de grootste genaden.

Vervolg van de Boodschap:

Ik ben bij jullie. Gelukkig zij, die deze waarheid geloven en profiteren van deze tijd waarover de Heilige Schrift heeft gesproken in deze termen: "Er zal een tijd zijn, waarin God door de mensen geëerd en bemind moet worden, zoals Hij dat verlangt".

De Heilige Schrift stelt vervolgens de vraag: "Waarom?" En zij antwoordt: "Omdat Hij alleen waardig is geëerd, bemind en geprezen te worden voor altijd!" Als eerste van de tien Geboden heeft Mozes van Mijzelf dit gebod ontvangen dat hij moest meedelen aan de men­sen: "Bemint en aanbidt God!" De mensen die al Christen zijn kunnen Mij zeggen: "Wij hebben U lief sinds wij op de wereld gekomen zijn, of vanaf onze bekering, aangezien wij in het gebed des Heren dikwijls zeggen: "Onze Vader, die in de hemel zijt!" Ja, Mijn kinderen, het is waar, jullie hebben Mij lief en jullie eren Mij als jullie de eerste aanroeping van het Onze Vader zeggen. Maar gaat door met de andere vragen en ziet: "Uw Naam worde geheiligd!" - Wordt Mijn Naam gehei­ligd? Gaat door: "Uw Rijk kome!" - Is Mijn Rijk gekomen? Het is waar, jullie eren met grote vurigheid het Koning­schap van Mijn Zoon Jesus en in Hem eren jullie ook Mij! Maar weigeren jullie je Vader de grote eer van Hem als "Koning" uit te roepen of willen jullie Mij tenminste laten regeren totdat alle mensen Mij kunnen kennen en bemin­nen? Ik verlang dat jullie dit Feest van het Koningschap van Mijn Zoon vieren als eerherstel voor de beledigingen die Hij ontvangen heeft toen Hij voor Pilatus stond en ook voor die van de kant van de soldaten die Zijn heilig en onschuldig menselijk Lichaam gegeseld hebben. Ik vraag jullie niet dit Feest op te geven, maar integendeel het met enthousiasme en vurigheid te vieren. Maar opdat allen deze Koning waar­lijk kunnen kennen is het nodig, ook Zijn Rijk te kennen. Dus om deze dubbele kennis te bereiken op volmaakte wijze is het nog nodig, de Vader van deze Koning te kennen, de Schepper van dit Rijk. Waarlijk, Mijn kinderen, de Kerk - deze gemeenschap die Ik door Mijn Zoon heb laten stichten - zal haar Werk vol­tooien door Hem te eren die haar Maker is, haar Vader en Schepper. Sommigen onder jullie, Mijn kinderen, zouden tot Mij kunnen zeggen: "De Kerk is onophoudelijk gegroeid, de Christenen worden steeds talrijker; dit is voldoende bewijs dat onze Kerk volledig is!" Weet, Mijn kinderen, dat jullie Vader altijd over de Kerk gewaakt heeft vanaf haar geboorte en dat Ik haar in overeenstemming met Mijn Zoon en met de Heilige Geest onfeilbaar heb gewild door middel van Mijn Vicaris, de Heilige Vader. Evenwel, is het niet waar dat als de Christenen Mij zouden kennen zoals Ik ben, dat wil zeg­gen als de tedere en barmhartige, goede en edelmoedige Vader, zij deze heilige godsdienst krachtiger en met meer oprechtheid zouden praktizeren? Mijn kinderen, is het misschien niet waar dat als jullie zouden weten dat jullie een Vader hebben die aan jullie denkt en die jullie liefheeft met een oneindige Liefde, jullie je zouden inspannen op grond van wederkerigheid, om getrouwer te zijn aan jullie plichten als Christenen en ook als burgers, om rechtvaardig te zijn en recht te doen aan God en aan de mensen? Is het niet waar, dat als jullie kennis zouden hebben van deze Vader die jullie allen zonder uitzondering liefheeft en die jullie allen zonder uitzondering roept met de mooie naam van kinderen, jullie Mij zouden liefhebben als liefde­volle kinderen? En zou de liefde die jullie Mij zouden geven, onder Mijn impuls niet een actieve Liefde worden die zich uit zou strekken over de rest van de mensheid die deze Christelijke gemeenschap nog niet kent en nog minder Hem die haar geschapen heeft en die hun Vader is? Als iemand zou gaan spreken tot al deze zielen die over­gelaten zijn aan hun bijgelovigheden, of naar vele anderen die Mij God noemen, omdat zij weten dat Ik besta, zonder te weten dat Ik in hun nabijheid ben, om hun te zeggen dat hun Schepper ook hun Vader is die aan hen denkt en die zich met hen bezighoudt, die hen in zoveel lijden en ont­moedigingen met een intieme Liefde omringt, dan zou deze de bekering verkrijgen, ook van de hardnekkigsten en deze bekeringen zouden talrijk zijn en ook heel duurzaam, d.w.z. standvastiger. Sommigen die dit Werk van Liefde dat Ik onder de men­sen aan het volbrengen ben onderzoeken, zullen hier reden tot kritiek vinden en aldus zeggen: "Maar spreken de mis­sionarissen niet vanaf hun aankomst in deze verre landen tot de ongelovigen over God, over Zijn Goedheid en over Zijn Barmhartigheid? Wat zouden ze nog méér over God kunnen zeggen, daar zij altijd over Hem spreken?

De missionarissen hebben over God gesproken en spreken nog steeds over God in de mate waarin zijzelf Mij kennen. Maar Ik verzeker jullie dat jullie Mij niet kennen zoals Ik ben, want Ik ben gekomen om te verkondigen dat Ik de Vader van allen ben en de tederste van alle vaders, om de liefde die jullie Mij toedragen en die door vrees vervalst is, te corrigeren.

Ik kom om Mijzelf gelijk te maken aan Mijn schepselen om het idee te corrigeren dat jullie hebben over een vrees­wekkend rechtvaardige God, want Ik zie alle mensen hun leven doorbrengen zonder zich toe te vertrouwen aan hun enige Vader die hun Zijn enige verlangen wil laten weten, namelijk, dat Hij de doortocht door hun aardse leven gemakkelijker wil maken om hun later, in de hemel, een geheel Goddelijk Leven te schenken.

Dit is een bewijs, dat de zielen Mij niet méér kennen dan jullie Mij kennen, zonder de maat van het idee te overschrij­den dat jullie over Mij hebben. Maar nu Ik jullie dit Licht geef, blijft in het Licht en brengt het Licht naar allen; dat zal een machtig middel zijn, om vele bekeringen te verkrijgen en ook, als het mogelijk is, om de poorten van de hel te slui­ten, want Ik hernieuw hier Mijn Belofte, waarin Ik nooit tekort zal kunnen schieten en die luidt als volgt:

Al degenen, die MIJ van ganser harte zullen aanroepen met de NAAM van VADER, al is het maar éénmaal, zullen niet verloren gaan, maar zij zullen zeker zijn van hun eeuwig leven in gezelschap van de uitverkorenen.

En jullie die zullen werken voor Mijn Glorie en die zich zullen inzetten om Mij gekend, verheerlijkt en bemind te maken verzeker Ik dat jullie beloning groot zal zijn, want Ik zal alles meetellen, ook de kleinste inspanning die jullie je getroosten en in de eeuwigheid zal Ik jullie alles honderd­voudig belonen. Zoals Ik jullie gezegd heb is het nodig in de Heilige Kerk de eredienst tot voltooiïng te brengen die op een heel bijzon­dere manier de Schepper van deze gemeenschap eert, Hem die ook gekomen is om haar te stichten, Hem, die er de Ziel van is, God in drie Personen, Vader, Zoon en Heilige Geest. Zolang de drie Personen niet geëerd zullen worden met een heel bijzondere eredienst in de Kerk en door de gehele mensheid, zal er iets ontbreken aan deze samenleving. Ik heb dit gebrek al laten voelen aan enkele zielen, maar de meesten, te timide, hebben aan Mijn oproep geen gehoor gegeven. Anderen hebben de moed gehad erover te spreken met de juiste personen, maar met hun mislukking voor ogen hebben zij niet volhard. Nu is Mijn uur gekomen. Ik ben Zelf gekomen om aan de mensen, Mijn kinderen, te laten weten, wat zij tot op heden niet volledig hadden begrepen. Ik kom Zelf om het branden­de vuur van de wet van Liefde te brengen, opdat door dit middel de enorme laag ijs kan smelten en verwoest worden die de mensheid omgeeft.

O geliefde mensheid! O mensen, die Mijn kinderen zijn, maak je vrij, maak je vrij van de banden waarin de duivel jullie heeft geketend tot op de dag van vandaag, door jullie vrees aan te jagen voor een Vader die niets dan Liefde is! Komt, komt nader, jullie hebben alle rechten om tot jullie Vader te naderen. Zet jullie hart wijd open; bidt tot Mijn Zoon, opdat Hij jullie steeds beter Mijn goedheid voor jullie laat kennen.

O jullie die gevangenen zijn van bijgeloof en van duivelse wetten, verlaat deze tirannieke slavernij en komt tot de Waarheid der waarheden. Herkent Degene die jullie gescha­pen heeft en die jullie Vader is. Streeft er niet naar jullie rechten te gebruiken om aanbidding en hulde te betonen aan hen die jullie hebben meegesleept om hier een nutte­loos leven te leiden, maar komt tot Mij die jullie allemaal verwacht, omdat allen Mijn kinderen zijn. En jullie die in het ware Licht zijn, vertel hen hoe zalig het is in de Waarheid te leven. Zeg nog eens tot die Christe­nen, tot die geliefde schepselen, Mijn kinderen, hoe heerlijk het is eraan te denken dat er een Vader is die alles ziet, die alles weet, die overal voor zorgt, die oneindig goed is, die gemakkelijk kan vergeven, die alleen met tegenzin en lang­zaam straft. Zegt hen tenslotte, dat Ik hen niet wil verlaten in de ellende van het leven, alleen en zonder verdiensten, maar laat hen tot Mij komen: Ik zal hen helpen, Ik zal hun last verlichten, Ik zal hun zo harde leven verzachten en hen in verrukking brengen in Mijn Vaderlijke Liefde, om hen gelukkig te maken in tijd en eeuwigheid. En jullie, Mijn kinderen, die het Geloof verloren hebben en leven in de duisternis, heft jullie ogen omhoog en ziet het stralende Licht dat komt om jullie te verlichten. Ik ben de Zon die verlicht, die verwarmt en opnieuw verwarmt. Ziet en erkent dat Ik jullie Schepper ben, jullie Vader, jullie enige en unieke God. Omdat Ik jullie liefheb ben Ik gekomen om Mij bemind te maken, opdat allen gered worden. Ik wend Mij tot alle mensen van de wereld om deze oproep van Mijn Vaderlijke Liefde te laten weerklinken; deze oneindige Liefde die Ik verlang aan jullie bekend te maken, is een blijvende realiteit. Bemint, bemint, bemint altijd, maar maakt deze Vader ook bemind, zodat Ik vanaf heden aan allen de Vader kan tonen, die een zeer hartstochtelijke Liefde voor jullie heeft. En jullie, Mijn geliefde zonen, priesters en monniken, Ik spoor jullie aan deze Vaderlijke Liefde bekend te maken die Ik koester voor de mensen en voor jullie in het bijzonder. Jullie zijn verplicht te werken opdat Mijn Wil zich zal reali­seren in de mensen en over jullie. Welnu, deze Wil is dat Ik gekend, geëerd en bemind zal worden. Laat Mijn Liefde niet lange tijd inactief zijn, omdat Ik dorstig ben van verlangen bemind te worden! Dit is de eeuw die boven alle anderen bevoorrecht is; laat dit voorrecht niet voorbijgaan in de vrees, dat het jullie ont­

trokken zal worden! De zielen hebben zekere Goddelijke aanrakingen nodig en de tijd dringt; weest nergens bang voor, Ik ben jullie Vader; Ik zal jullie helpen in jullie inspan­ningen en in jullie werk. Ik zal jullie altijd steunen en jullie reeds hier beneden de Vrede en de Vreugde van de ziel laten proeven en jullie dienst en jullie ijverige werken vruchten laten dragen: een onschatbare gave, omdat de ziel, die in Vrede en Vreugde is, al een voorsmaak van de hemel heeft, terwijl zij de eeuwige beloning verwacht.

Ik heb aan Mijn Vicaris, de Paus, Mijn Plaatsbekleder op aarde een bijzondere aantrekkingskracht gegeven voor het missieapostolaat in verre landen en vooral een heel grote ijver om de devotie tot het Heilig Hart van Mijn Zoon Jesus over de hele wereld te verbreiden. Nu vertrouw Ik hem het Werk toe, waarvoor Jesus Zelf is gekomen om het op aarde te volbrengen: Mij te verheerlijken, Mij bekend te maken zoals Ik ben, zoals Ik steeds weer zeg, als Ik Mij wend tot alle mensen, Mijn kinderen en Mijn schepselen.

Als de mensen het Hart van Jesus wisten te doorgronden met al zijn verlangens en zijn heerlijkheid, zouden zij erken­nen dat het Zijn vurigste verlangen is de Vader te verheer­lijken, Degene die Hem gezonden heeft en vooral, om Hem niet een afnemende heerlijkheid na te laten, zoals het tot op vandaag gedaan wordt, maar Hij verlangt een totale glorie, zoals de mens Mij kan en moet geven als Vader en Schepper en nog meer als de Bewerker van hun Verlossing!

Ik vraag hem, wat hij Mij geven kan: zijn vertrouwen, zijn liefde en zijn erkentelijkheid. Het is niet omdat Ik Mijn schepsel of zijn aanbidding nodig heb, dat Ik verlang gekend, geëerd en bemind te worden; het is alleen maar om hem te redden en om hem deel te laten nemen aan Mijn Heerlijkheid, dat Ik Mij tot hem neerbuig. Het is ook nog omdat Mijn Goedheid en Mijn Liefde waarnemen, dat de wezens die Ik uit het niets getrokken heb en die Ik aangeno­men heb als ware kinderen, in grote aantallen in het eeuwi­ge ongeluk blijven vallen met de demonen, waardoor ze steeds minder het doel van hun schepping bereiken en hun tijd en hun eeuwigheid verliezen! Als Ik vooral iets verlang op het huidige moment, dan is het alleen een grotere vurigheid van de kant van de recht­vaardigen, een grote tegemoetkoming voor de bekering van de zondaars, een eerlijke en volhardende bekering, de terugkeer van de verloren kinderen naar het Huis van de Vader, in het bijzonder van de Joden en al die anderen die ook Mijn schepselen en Mijn kinderen zijn, zoals schisma~ tieken, ketters, vrijmetselaars, arme ongelovigen, heilig­schenners en de verschillende geheime sekten; want goed­schiks of kwaadschiks, de hele wereld zal weten, dat er een God is en een Schepper. Deze God, die hun onwetendheid dubbel zal aanspreken, is hun onbekend; zij weten niet, dat Ik hun Vader ben.

Gelooft Mij, jullie die naar Mij luisteren en deze woorden lezen: als alle mensen die ver weg zijn van onze Katholieke Kerk, zouden horen spreken over deze Vader die hen liefheeft, die hun Schepper en hun God is, over deze Vader die verlangt hun eeuwig leven te geven, dan zou een groot gedeelte van deze mensen, waaronder ook de meest hard­nekkigen, naar deze Vader komen over Wie jullie met hen gesproken hebben.

Als jullie niet zo rechtstreeks tot hen kunnen spreken, zoekt middelen: zet duizend directe en indirecte manieren in werking met een ware geest van discipelen en een grote vurigheid. Ik beloof jullie dat jullie inspanningen vlug door een bijzondere genade bekroond zullen worden met grote successen. Maak jezelf tot apostelen van Mijn Vaderlijke Goedheid en door de ijver die Ik jullie allen zal geven, zullen jullie sterk en krachtig op de zielen inwerken.

Ik zal altijd dichtbij jullie en in jullie zijn: als er twee van jullie spreken, zal Ik tussen jullie twee zijn; als jullie tal­rijker zijn, zal Ik te midden van jullie zijn; zó zullen jullie zeggen, wat Ik jullie zal ingeven en in jullie toehoorders zal Ik de gewenste geestesgesteldheid tot stand brengen; zó zul­len de mensen veroverd worden door de Liefde en gered voor de gehele eeuwigheid.

Wat de middelen betreft om Mij te eren, zoals Ik verlang, vraag Ik jullie niets dan een groot vertrouwen. Gelooft niet dat Ik van jullie gestrengheden of verstervingen verwacht, dat Ik wil dat jullie barrevoets lopen of jullie aangezicht in het stof werpen, of jullie met as bedekken, enz. ... Nee, neel Ik wil en het is Mij lief als jullie tegenover Mij een kinder­lijke houding zouden hebben, met eenvoud en vertrouwen in Mij! Met jullie, zal Ik Mij alles voor allen maken als de meest tedere en de meest liefdevolle Vader. Om vertrouwd te raken met jullie allen, geef Ik Mijzelf aan allen, terwijl Ik Mezelf klein maak om jullie groot te maken voor de eeuwigheid. Het grootste deel van de ongelovigen, de goddelozen en de verschillende gemeenschappen blijven in hun slechtheid en ongeloof omdat ze menen dat Ik het onmogelijke van hen zal vragen, en dat ze zich aan Mijn bevelen moeten onderwerpen zoals slaven onder een tirannieke baas die zich blijft omhullen met zijn macht en die in zijn trots verre blijft van zijn onderdanen om hun respect en toewijding af te dwingen. Nee, nee, Mijn kinderen! Ik weet Mezelf dui­zendmaal kleiner te maken, heel wat méér dan jullie veron­derstellen! Evenwel, wat Ik verlang is de trouwe naleving van de Geboden die Ik aan Mijn Kerk gegeven heb, omdat jullie met verstand begaafde schepselen zijn en niet lijken op de die­ren door jullie bandeloosheid en jullie slechte neigingen, want jullie kunnen tenslotte de schat bewaren die jullie ziel is, die Ik jullie gegeven heb en die Ik heb bekleed met de volle goddelijke schoonheid. Doet dan - zoals Ik verlang - datgene wat Ik reeds met jullie besproken heb om Mij te eren met een speciale ere­dienst. Daardoor zullen jullie begrijpen dat het Mijn Wil is, jullie veel te geven en jullie in hoge mate te laten delen in Mijn Macht en Mijn Heerlijkheid, uitsluitend om jullie gelukkig te maken en te redden en om Mijn enige verlangen te manifesteren, jullie lief te hebben en wederzijds bemind te worden door jullie. Als jullie Mij zullen liefhebben met een kinderlijke en vertrouwvolle liefde, zullen jullie ook Mijn Kerk en Mijn vertegenwoordigers liefdevol respect en onderwerping toedragen. Niet een respect, zoals jullie dat nu hebben en dat jullie op afstand houdt van Mij, omdat jullie schrik hebben; dit onjuiste respect, dat jullie nu heb­ben is een onrechtvaardigheid die jullie de Rechtvaardigheid aandoen, het is een wonde voor het meest gevoelige deel van Mijn Hart, het is een vergeten, een verachten van Mijn Vaderlijke Liefde voor jullie. Dat, wat Mij het meest bedroefd heeft in Mijn Volk Israël en wat Mij nog steeds bedroeft in de huidige mensheid is dit verkeerd begrepen respect ten opzichte van Mij. De vijand van de mensen heeft dit in feite laten dienen om hen te laten vallen in afgoderij en scheuringen. En nog steeds bedient hij zich ervan en zal er zich altijd van blijven bedie­nen tegen jullie, om jullie te verwijderen van de Waarheid, van Mijn Kerk en van Mij. Ach, laat jullie toch niet meer meeslepen door de vijand, gelooft in de Waarheid die jullie steeds weer geopenbaard wordt en wandelt in het Licht van deze Waarheid. Jullie, Mijn kinderen, die zich buiten de Katholieke Kerk bevinden, weet dat jullie niet buitengesloten zijn van Mijn Vaderlijke Liefde. Ik richt tot jullie een tedere oproep, omdat ook jullie Mijn kinderen zijn. Als jullie tot nu toe geleefd hebben in de valstrikken die de duivel voor jullie gespannen had, erkent dat hij jullie misleid heeft, komt tot Mij, jullie Vader en Ik zal jullie met Vreugde en Liefde aanvaarden! Ook jullie, die geen andere religie kennen dan die waarin jullie geboren zijn en die niet de ware godsdienst is, opent de ogen: hier is jullie Vader, Degene die jullie geschapen heeft en die jullie wil redden. Ik kom tot jullie om jullie de Waarheid te brengen en mèt haar de Verlossing. Ik zie dat jullie Mij niet kennen en dat jullie niet weten dat Ik niets anders van jullie verlang dan dat jullie Mij kennen als Vader en Schepper en ook als Verlosser. Het komt door deze onwe­tendheid dat jullie Mij niet kunnen liefhebben; weet dus, dat Ik niet zo ver van jullie weg ben als jullie geloven. Hoe zou Ik jullie alleen kunnen laten nadat Ik jullie geschapen en door Mijn Liefde aangenomen heb? Ik volg jullie waar dan ook, Ik bescherm jullie in alles, zodat allen tot de constatering kunnen komen, hoe groot Mijn vrijgevig­ heid tegenover jullie is, ondanks dat jullie Mijn oneindige goedheid vergeten. En dat laat jullie zeggen: "Het is de natuur die ons van alles voorziet, zij laat ons leven en zij laat ons sterven". Nu is het de tijd van Genade en van Licht! Erkent dus, dat Ik de enige ware God ben!

Om jullie het ware geluk te geven in dit leven en in het hiernamaals, verlang Ik dat jullie doen in dit Licht, wat Ik jullie voorstel. De tijd is gunstig, laat je de Liefde niet ont­gaan die zich op zo'n tastbare wijze aan jullie harten aan­biedt. Als middel hiertoe vraag Ik aan allen om de Heilige Mis mee te vieren volgens de liturgie: dat is Mij heel aange­naam! Later, met de tijd, zal Ik jullie andere kleine gebeden zeggen, maar Ik wil jullie niet overbelasten! Het wezenlijke zal zijn Mij te eren, zoals Ik jullie gezegd heb, door een feest in te stellen ter ere van Mij en door Mij te dienen met de eenvoud van ware kinderen van God, jullie Vader, Schepper en Verlosser van het menselijk geslacht.

Hier is een ander bewijs van Mijn vaderlijke Liefde jegens de mensen: Mijn kinderen, Ik zal niet spreken over de gehe­le grootheid van Mijn oneindige Liefde, want het is voldoen­de om de Heilige Schrift te openen, het Kruisbeeld, het Tabernakel en het Allerheiligste Sacrament te beschouwen, opdat jullie kunnen begrijpen in welke mate Ik jullie heb liefgehad!

Evenwel, om jullie de noodzaak te laten kennen om te voldoen aan Mijn Wil voor jullie en opdat Ik van nu af aan méér gekend en méér bemind zal worden, wil Ik jullie, voor­dat Ik deze weinige woorden die slechts de basis vormen van Mijn Werk van Liefde onder de mensen beëindig, enkele van de ontelbare bewijzen van Mijn Liefde voor jullie aanwij­zen. Zolang de mens niet in de Waarheid is, bespeurt hij de Ware Vrijheid helemaal niet. Jullie menen in vreugde en vrede te zijn, jullie, Mijn kinderen, die buiten de ware Wet zijn en die Ik geschapen heb om deze Wet te gehoorzamen. Maar in het diepste van je hart voelen jullie dat in jullie noch de ware Vrede, noch de ware Vreugde is en dat jullie niet in de Ware Vrijheid zijn van Hem, die jullie geschapen heeft en die jullie God en Vader is! Maar jullie die in de Ware Wet zijn, of liever, die beloofd hebben deze Wet te volgen die Ik jullie gegeven heb om jullie redding te garanderen, hebben jezelf door de ondeugd tot het kwaad laten verleiden. Jullie hebben je van de Wet afgewend door jullie slechte gedrag. Menen jullie gelukkig te zijn? Nee. Jullie voelen dat jullie harten niet rustig zijn. Denken jullie misschien dat als jullie genoegens en andere menselijke vreugden zoeken, jullie harten zich uiteindelijk voldaan zullen voelen? Nee! Laat jullie gezegd zijn dat jullie nooit in de Ware Vrijheid, noch in het Ware Geluk zullen zijn, zolang jullie Mij niet zullen erkennen als Vader en jullie je niet zullen onderwerpen aan Mijn juk, om ware kinderen te zijn van God, jullie Vader! Waarom? Omdat Ik jullie geschapen heb voor één enkel doel en dat is Mij te kennen, Mij lief te hebben en Mij te dienen, zoals het kleine kind een­voudig en vertrouwvol zijn vader dient! Lang geleden, in het Oude Testament, gedroegen de men­sen zich als dieren; ze bewaarden geen enkel teken dat wees op hun waardigheid als kinderen van God, hun Vader. En zo, om hen te laten weten dat Ik hen wilde verheffen tot de grote waardigheid van kinderen van God, moest Ik Mij tonen met een strengheid die soms verschrikkelijk was. Veel later, toen Ik zag dat sommigen verstandig genoeg waren om uiteindelijk te begrijpen dat het nodig was vast te stellen, dat er verschillen zijn tussen henzelf en de dieren, ben Ik begonnen hen te overladen met weldaden en Ik gaf hun de overwinning over degenen die nog niet zouden hebben geweten, hoe hun waardigheid te onderscheiden en te bewa­ren. En aangezien hun aantal toenam, heb Ik hun Mijn Zoon gezonden, bekleed met alle Goddelijke volmaaktheden, want Hij was de Zoon van een volmaakte God. Hij is het, die hen de weg van de volmaaktheid uiteengezet heeft; door Hem heb Ik jullie aangenomen in Mijn oneindige Liefde, als ware kinderen en daarna heb Ik jullie niet meer met de een­voudige naam van "schepselen" genoemd, maar met de naam van "kinderen". Ik heb jullie bekleed met de ware Geest van de Nieuwe Wet die jullie onderscheidt, niet alleen van de dieren, zoals de mensen van de oude wet, maar die jullie verheft boven deze mensen van het Oude Testament. Ik heb jullie allen verheven tot de waardigheid van kinderen van God, ja, jullie zijn Mijn kinderen en jullie moeten Mij zeggen dat Ik jullie Vader ben; maar hebt vertrouwen in Mij zoals kinderen, want zonder dit vertrouwen zullen jullie nooit de ware vrijheid bezitten. Ik zeg jullie dit alles opdat jullie erkennen dat Ik geko­men ben voor dit Werk van Liefde, om jullie krachtig te hel­pen, de tirannieke slavernij die jullie ziel gevangen houdt, af te schudden en om jullie de echte vrijheid te laten genieten, waarvan het ware geluk afkomstig is. In vergelijking daar­mee zijn alle aardse vreugden niets. Verheft jullie allen tot deze waardigheid van kinderen van God en weet jullie grootheid te respecteren en Ik zal méér dan ooit jullie Vader zijn, de meest beminnelijke en de meest barmhartige. Ik ben gekomen om vrede te brengen met dit Werk van Liefde. Als iemand Mij eert en zich aan Mij toevertrouwt, zal Ik een straal van vrede over hem laten neerdalen in al zijn tegenspoed, in al zijn verwarringen, in zijn lijden en in zijn droefheden, van welke aard dan ook, vooral als hij Mij aan­roept en Mij liefheeft als zijn Vader. Als de gezinnen Mij eren en Mij liefhebben als hun Vader, zal Ik hen Mijn Vrede geven, tezamen met Mijn Voorzienigheid. Als arbeiders, fabrikanten en andere verschillende ambachtslieden Mij aanroepen en Mij eren, zal Ik hen Mijn Vrede geven en Mijn Kracht; Ik zal Mij tonen als de goede en barmhartige Vader. Als Ik in iedere Christelijke samenleving word aangeroepen en geëerd, zal Ik hen Mijn Vrede geven en Mij tonen als de meest liefdevolle Vader en met Mijn macht zal Ik de eeuwige redding van de zielen garanderen.

Als de gehele mensheid Mij aanroept en Mij eert zal Ik op de gehele mensheid de Geest van Vrede laten neerdalen als een weldadige dauw.

Als alle naties Mij als zodanig aanroepen en Mij eren zul­len er nooit meer onenigheden zijn, noch oorlogen, want Ik ben de God van de Vrede en waar Ik ben, zal geen oorlog zijn. Willen jullie de overwinning behalen over jullie vijand? Roept Mij aan en triomfeert zegevierend over hem. Uiteindelijk weten jullie dat Ik alles kan door Mijn Macht. Welnu, deze Macht bied Ik allen aan, opdat jullie je ervan kunnen bedienen voor tijd en eeuwigheid. Ik zal altijd tonen dat Ik jullie Vader ben, mits jullie laten zien dat jullie Mijn kinderen zijn. Wat verlang Ik te bereiken met dit Werk van Liefde, zo niet het vinden van harten die Mij kunnen begrijpen? Ik ben de Heiligheid, waarvan Ik de volmaaktheid en de volheid bezit en Ik geef jullie deze Heiligheid - waarvan Ik de Bewerker ben - door Mijn Heilige Geest en vestig haar in jullie zielen door de verdiensten van Mijn Zoon. Het is door middel van Mijn Zoon en de Heilige Geest, dat Ik tot jullie en in jullie kom en in jullie Mijn rust zoek. Voor bepaalde zielen zullen deze woorden: "Ik kom in jul­lie" een mysterie lijken, maar het is geen mysterie! Want nadat Ik Mijn Zoon opgedragen had de Heilige Eucharistie in te stellen, heb Ik Mij voorgenomen om in jullie te komen, iedere keer als jullie de Heilige Hostie ontvangen! Zeker, niets kan Mij weerhouden tot jullie te komen ook vóór het ontvangen van de Eucharistie, want voor Mij is niets onmogelijk. Maar het ontvangen van dit Sacrament is een daad die gemakkelijk te begrijpen is en die jullie ver­klaart, hoe Ik in jullie kom! Wanneer Ik in jullie ben, is het gemakkelijker jullie te geven wat Ik bezit, mits jullie het Mij vragen. Door dit Sacrament verenigen jullie je op intieme wijze met Mij en het is in deze intimiteit dat de uitstroming van Mijn Liefde de Heiligheid in jullie ziel kan uitstorten die Ik bezit. Ik overstroom jullie met Mijn Liefde, dus jullie moeten niets anders doen, dan Mij de deugden en de volmaaktheid vragen die jullie nodig hebben. En wees er zeker van dat in die momenten, waarin God rust in het hart van zijn schep­sel, niets jullie geweigerd zal worden. Zouden jullie, vanaf het moment dat jullie begrepen heb­ ben wat de plaats van Mijn rust is, Mij deze niet willen geven? Ik ben jullie Vader en jullie God; zouden jullie Mij dit durven weigeren? Ach, laat Mij niet lijden door jullie wreedheid tegenover een Vader die jullie deze ene gunst vraagt voor Hemzelf. Alvorens deze Boodschap te beëindigen wil Ik een verlan­gen tot uitdrukking brengen aan een zeker aantal zielen die toegewijd zijn aan Mijn dienst. Deze zielen zijn jullie, pries­ters en vrouwelijke en mannelijke religieuzen. Weest toe­gewijd aan Mijn dienst, hetzij in de contemplatie, hetzij in werken van naastenliefde en apostolaat. Van Mijn kant is het een voorrecht van Mijn Goedheid; van jullie kant is het de getrouwheid aan de roeping, tezamen met jullie goede wil.

Dit is Mijn verlangen: jullie, die gemakkelijker begrijpen, wat Ik van de mensheid verwacht, bidt tot Mij, opdat Ik het Werk van Mijn Liefde zal kunnen verwezenlijken in alle zie­len. Jullie kennen alle moeilijkheden die overwonnen moe­ten worden om een ziel te veroveren! Welnu, hier is het doel­treffende middel dat het jullie gemakkelijk zal maken een grote menigte voor Mij te winnen: dit middel is juist: M gekend, bemind en geëerd te maken door de mensen.

Ik wens dat jullie, voorafgaande aan allen, de eersten zijn om te beginnen. Wat een vreugde voor Mij om op de eerste plaats binnen te gaan in de huizen van de priesters en de mannelijke en vrouwelijke religieuzen!

Wat een vreugde, Mijzelf te bevinden als Vader tussen de kinderen van Mijn Liefde! Met jullie, Mijn intieme vrienden, zal Ik converseren zoals met vrienden! Ik zal voor jullie de meest discrete Vertrouweling zijn. Ik zal jullie Alles zijn, dat zal voor julllie allen voldoende zijn. Ik zal vooral de Vader zijn die jullie verlangens inwilligt, die jullie geheel vervult van Zijn Liefde, van Zijn weldaden, van Zijn universele tederheid.

Weigert Mij deze vreugde niet die Ik verlang te genieten onder jullie! Ik zal het jullie honderdvoudig vergelden en omdat jullie Mij zullen eren, zal ook Ik jullie eren en een grote heerlijkheid voor jullie bereiden in Mijn Rijk! Ik ben het Licht der lichten: dáár, waar dit Licht zal doordringen, zal leven, brood en geluk zijn. Dit Licht zal de pelgrim, de twijfelaar, de onwetende, verlichten. Het zal jullie allen ver­lichten, o mensen die leven in deze wereld vol duisternis en ondeugden; als jullie Mijn Licht niet hadden zouden jullie in de afgrond van de eeuwige dood vallenl Dit Licht, tenslotte, zal de wegen verlichten die leiden tot de ware katholieke kerk voor haar arme kinderen die nog het slachtoffer zijn van bijgeloof. Ik zal Mij laten zien als de Vader van degenen die het meeste lijden op aarde, de arme melaatsen! Ik zal Mij de Vader tonen van al die mensen die verlaten zijn, uitgesloten van elke menselijke samenleving. Ik zal Mij laten zien als Vader van de bedroefden, Vader van de zieken en vooral van de stervenden. Ik zal tonen de Vader te zijn van alle gezinnen, van wezen en van weduwen, van gevan­genen, van arbeiders en van de jeugd. In alle noden zal Ik tonen dat Ik VADER benl Tenslotte zal Ik Mij tonen als Vader van koningen en hun naties. En allen zullen Mijn goedheid voelen, jullie allen zullen Mijn Bescherming voelen en jullie allen zullen Mijn Macht zienl Mijn vaderlijke en goddelijke Zegen voor allen, Amen! Vooral voor Mijn zoon en Plaatsbekleder, Amen! Vooral voor Mijn zoon, de Bisschop, Amen! Vooral voor Mijn zoon, je geestelijke Vader, Amen! Vooral voor Mijn dochters, je Moeders, Amen! Aan de gehele Congregatie van Mijn Liefde, Amen! Aan de gehele Kerk en aan de gehele Clerus, Amen! Een heel speciale zegen voor de Kerk van het Vagevuur, Amen! Amen!

Gebed van Moeder Eugenia tot de Vader

"Per Ipsum, cum Ipso et in Ipso"

God is mijn Vader

Mijn Vader die in de hemel zijt, wat is het heerlijk en goed te weten, dat U mijn Vader bent en dat Ik Uw kind benl

En vooral als de hemel van mijn ziel duister is en als mijn kruis zwaarder is, voel ik de noodzaak tegenover U te herhalen: ik geloof in Uw Liefde voor mij!

Ja, ik geloof dat U mijn Vader bent op elk moment van mijn leven en dat ik Uw kind ben!

Ik geloof dat U mij liefheeft met een oneindige Liefdel

Ik geloof dat U dag en nacht over mij waakt en dat geen haar van mijn hoofd valt zonder Uw toestemming!

Ik geloof dat U, oneindige Wijsheid, beter weet wat nuttig is voor mij, dan ik.

Ik geloof dat U, oneindige Almacht, het goede kunt trekken, ook uit het kwade!

Ik geloof dat U, oneindige Goedheid, alles kunt laten die­nen tot voordeel van hen die U liefhebben; en ook onder de handen die slaan, kus ik Uw Hand, die geneest!

Ik geloof..., maar vermeerder in mij het Geloof, de Hoop en de Liefde!

Leer mij altijd Uw Liefde te zien als gids in elke gebeurte­nis van mijn leven. Leer mij, mezelf aan U over te geven als een kind in de de armen van zijn moeder.

Vader, U weet alles, U ziet alles, U kent mij beter dan ik mijzelf ken. U kunt alles en u heeft mij lief?

Mijn Vader, omdat U wilt dat wij altijd onze toevlucht tot U nemen, zie mij hier, om U vol vertrouwen met Jesus en Maria te vragen: ...(vraag de verlangde genaden). Voor deze intenties en in vereniging met Hun Allerheiligste Har­ten bied ik U al mijn gebeden, mijn offers, mijn verstervin­ gen, al mijn daden en een grotere getrouwheid aan mijn plichten aan. (1)

Geef mij het Licht, de Genade en de Kracht van de Heili­ge Geest! Bevestig mij in deze Geest, zodat ik Hem nooit zal verliezen, noch Hem bedroeven, noch Hem verzwakken in mij. Mijn Vader, het is in de Naam van Jesus, Uw Zoon, dat ik U dit vraag! En U, o Jesus, open Uw Hart en leg het mijne in het Uwe en biedt het, samen met het Hart van Maria, aan onze Goddelijke Vader aan!

Verkrijg voor mij de genaden die ik nodig heb!

Goddelijke Vader, roep alle mensen tot U. Moge de hele wereld Uw vaderlijke Goedheid en Uw Goddelijke Barmhar­tigheid verkondigen! Wees voor mij een tedere Vader en bescherm mij, waar dan ook, als Uw oogappel. Maak, dat ik altijd een waardig kind van U zal zijn: heb medelijden met mij!

Goddelijke Vader, zalige hoop van onze zielen. Wees gekend, geëerd en bemind door alle mensen! Goddelijke Vader, oneindige Goedheid, die zich uitstort over alle volkeren.

Wees gekend, geëerd en bemind door alle mensen! Goddelijke Vader, weldadige dauw van de mensheid. Wees gekend, geëerd en bemind door alle mensen!

 

Gedeeltelijke aflaat

+ Mgr. Girard  Apostolisch Vicaris Cairo (Egypte) 9 Oct. 1935

+ Jean Kard. Verdier  Aartstbisschop van Parijs 8 Mei 1936

 

(1) Als men dit gebed bidt als novene, voeg er aan toe: °Ik beloof U edelmoediger te zijn, vooral in die omstandigheden .... tegenover die persoon... "